Geen producten (0)
Geen producten (0)
 

Spirituele verlichting? - Jed McKenna

€ 15,00
Op voorraad
Specificaties
Productcode SV
Omschrijving

Nieuwe versie voor een fijn prijsje

Spirituele verlichting? Vergeet het maar! is het verhaal van Jed McKenna, een, zoals hij het zelf noemt, 'verlichte jongen' die in zijn gigantische huis op het platteland ergens in Iowa allerlei mensen over de vloer krijgt die op zoek zijn naar 'verlichting'.

Dit verhaal, verteld vanuit de ikfiguur, laat ons met veel humor kennismaken met het reilen en zeilen van een spirituele leefgemeenschap. Aan het hoofd van deze gemeenschap staat Jed, de 'leraar', die zijn leerlingen confronteert met hun vastgeroeste overtuigingen en die vervolgens, in hilarische dialogen, één voor één onderuit haalt. Jed schopt heilige huisjes omver, maar als 'vlinder onder de rupsen' weet hij wel waar hij het over heeft.

De meeslepende manier van schrijven, de duidelijk aanwezige kennis van de auteur over het onderwerp, de pittige humor en de hilarische toon zouden wel eens een heel groot publiek kunnen gaan aanspreken.

Spirituele verlichting? Vergeet het maar! is uniek en met geen enkele andere spirituele roman te vergelijken.

Citaat uit het boek:

Het eenvoudigste wat er bestaat

Blijf vandaag en vannacht bij mij
en de oorsprong van alle gedichten zal je ten deel vallen.

Walt Whitman

Ze is net klaar met de vele aspecten van haar spirituele zoektocht voor mij op te sommen en nu kijkt ze me aan omdat ze een antwoord wil. Het liefst goedkeuring, misschien zelfs lof. Eerlijk gezegd heb ik er weinig plezier in hoopvolle verwachtingen van jonge aantrekkelijke dames de grond in te boren, maar dat is nu eenmaal mijn werk. Ik ben immers de verlichte jongen hier. 
‘Dus, de reden waarom je al die dingen doet,’ ik tel ze af op mijn vingers ‘mediteren, bidden, chanten, yoga, vegetarisch eten, darshans en satsangs bij verlichte meesters bijwonen, geld geven aan Greenpeace, Amnesty International en Free Tibet, de spirituele klassiekers lezen, reinigingsoefeningen doen, geen seks enzovoort, de reden daarvoor is... ja, wat eigenlijk?
Ze staart me sprakeloos aan alsof het antwoord té vanzelfsprekend is voor woorden, maar ik vind het nodig dat ze een duidelijk antwoord geeft. Ik wil dat ze zegt wat ze er over te zeggen heeft, hier ter plekke, zodat we er naar kunnen kijken en er onze kritische hersentjes over kunnen breken.
‘Nou ja, je weet wel’, begint ze, er nog altijd niet van overtuigd dat ik haar zoiets voor de hand liggends wil laten zeggen. ‘Spirituele groei, denk ik. Ik wil, eh, nou ja, een beter mens worden en in staat zijn dieper lief te hebben en nou ja, mijn vibraties of zo verhogen... je weet wel.’
Ik hang aan haar lippen. ‘Je vibraties verhogen?’
‘Eh, of is het soms het energieniveau? Ik wil, je weet wel, mijn bewustzijnsniveau verhogen, meer in contact zijn met, nou ja, mijn innerlijke zelf, mijn hogere zelf.
Ik wil mij openen voor de goddelijke energie die, nou ja, die overal is.’ 
‘Oh, juist ja. Waarom?’
‘Hè?’
‘Waarom?’
‘Waarom wat?’
‘Waarom wil je allemaal wat je daarnet zei? Waarom wil je je energieniveau verhogen en in contact zijn met jezelf en opener worden en zo?’
‘Nou ja, je weet wel, ik wil... spirituele, eh, verlichting.’
Ahhh-
‘Juist, dat is het dus? Je wilt verlicht worden?’
Ze kijkt naar me alsof ik haar een strikvraag heb gesteld, maar het is geen strikvraag – het is de allerbelangrijkste vraag die er is. Waar ben je mee bezig? Waarom? Waar leidt dat naar toe? Als je dat weet, zal het je ook lukken. En zo niet, vergeet het dan maar. Dit zijn niet alleen maar mooie woorden. Dit is een wet.
‘Tsja, ik denk van wel.’
Ik glimlach geruststellend. ‘Goed. Dus de reden dat je je met al die toestanden inlaat, is om verlicht te worden – om spirituele verlichting te bereiken. Zeg ik dat goed zo?
Pauze. ‘Ja, eh, ik geloof van wel.’
‘Nou, laten we er dan even over praten en kijken of we er een duidelijker beeld van kunnen krijgen. Wat versta jij eigenlijk onder spirituele verlichting?’
Ze zet alweer van die grote ogen op, maar nu met een enigszins onthutste uitdrukking. Daarnet was het allemaal nog zó vanzelfsprekend dat het stellen van een dergelijke vraag belachelijk leek. En nu wordt alles weer behoorlijk verwarrend.
‘Uh, zoiets als God… Goddelijk bewustzijn hebben... eenheidsbewustzijn, je weet wel, ervaren dat alles één is.’
Zo gaat het nou altijd met nieuwe leerlingen. Zij gedragen zich als leerling, ik als leraar. Ik ben er nooit helemaal zeker van waarom ze hier naar toe zijn gekomen en wanneer ze weer weggaan. Het hele proces is zowel bevredigend als frustrerend. Ik praat, zij luisteren. Zij vragen, ik antwoord. Ik praat, zij… weet ik veel. Wat dan ook.
Hoe mijn woorden worden opgevat of wat er van hen wordt zodra ze mijn mond verlaten hebben, ligt buiten mijn controle. Ik praat, dat is alles. De woorden vloeien als een melodie mijn mond uit en maken dat ik me rustig voel. Dat is mijn rol. Knikken en een gezichtsuitdrukking handhaven waaruit interesse en ontvankelijkheid blijkt, is de hare.
Ik word in beslag genomen door wat ik zeg – door mijn woorden en of ze de onderliggende ideeën goed uitdrukken. Het zou fijn zijn te geloven dat ze in haar hoofd precies op de juiste plek vallen, maar ik weet dat dat niet gebeurt en daar kan ik mee leven. ‘Handel, maar denk niet na over het resultaat van de handeling’ zei Krishna tegen Arjuna. Mijn idee.
‘Het is erg simpel’, zeg ik haar. ‘Verlichting is het volledig kennen van de waarheid. Niet alleen is dat wat waar is doodeenvoudig, het is het allereenvoudigste wat er bestaat, iets wat niet verder gereduceerd kan worden.’
Ik zie aan haar gezichtsuitdrukking dat we hier niets mee opschieten. Jammer dan. Op de tafel tussen ons in heb ik een exemplaar van de Gita liggen. Ik sla een willekeurige bladzijde op met de bedoeling een passage te vinden die aansluit op datgene waar we het over hebben.
Dat werkt altijd. Een gevoel van dankbaarheid stroomt door mij heen als ik haar de volgende uiteenzetting van Krishna voorlees:
‘Ik ben gekomen als de Tijd, de ultieme kracht die alle mensen verslindt, klaar voor het moment dat hen naar hun ondergang zal voeren. De krijgers, tegenover elkaar opgesteld in vijandige legers, zullen dit niet overleven, of je nu aanvalt of afziet van actie’.
Ik val stil terwijl de ene betekenis na de andere door mij heen golft, en ik vind het zó prachtig dat mijn hart helemaal opzwelt. ‘Schitterend’, denk ik. ‘Schitterend, schitterend, schitterend.’
Het jonge meisje tegenover mij knikt, de woorden begrijpend, voor zover haar begripsvermogen dat toelaat. Ze weet dat het Krishna is die deze woorden spreekt, en dat ze gericht zijn tot Arjuna, de machtige krijger die zijn wapens heeft neergelegd, liever dan dat hij oproept tot een oorlog die ongetwijfeld de aarde en zijn eigen familie tot as zal verschroeien. Ze weet dat Krishna aan Arjuna de waarheid openbaart over de loop van de wereld, en ze weet ook dat aan het einde van deze samenspraak – de Bhagavad Gita – Arjuna’s begoocheling verdreven zal zijn en dat hij een oorlog zal ontketenen.
Maar dat is waarschijnlijk dan ook alles wat ze er van af weet. Ik betwijfel of ze zichzelf identificeert met Arjuna, die aan opperste verwarring ten prooi is aan het begin van de Gita. Ik betwijfel of ze zich realiseert dat verlichting hetzelfde is als de directe ervaring van de oneindige werkelijkheid. Ik betwijfel of ze weet dat in haar eigen leven een oorlog op komst is en dat ze op het punt staat een lont aan te steken waarmee ze een vuurzee kan ontketenen die haar hele wereld in de fik zal zetten. Ik kijk naar dit jonge meisje en ik weet dat ze er totaal geen idee van heeft waar die weg werkelijk naar toe gaat.
Ik glimlach.
‘Ervaren dat alles één is, is gewoon geweldig’ zeg ik, en ze is duidelijk opgelucht. ‘Mystieke eenheid, één zijn met het universum, de directe ervaring van het oneindige. Gelukzaligheid, extase – een voorproefje van de hemel. Voorbij tijd, voorbij ruimte, er zijn absoluut geen woorden voor. De vrede die alle begrip te boven gaat.’ 
‘Wauw!’ zegt ze meteen. Ze heet Sarah. Ze is jong, begin twintig, en ik heb zojuist al haar spirituele knoppen ingedrukt. Als ik een goeroe was, zou dit mijn volledige dagtaak zijn. Ik huiver bij de gedachte. 
‘Nou’ gaat ze daarop voort, ‘dat is precies...’
‘Maar dat is géén verlichting.’
‘Oh!’
‘Verlicht worden betekent niet dat je ergens naar toe gaat, maar dat er iets is wat naar jou toe komt. Het is niet zoiets als een plek waar je naar toe kunt gaan en er vervolgens smachtend aan terug kunt denken in de hoop er opnieuw heen te kunnen.’ 
Je zoekt de waarheid niet op, het is het ontwaken van de waarheid in jezelf. Het is geen voorbijgaande bewustzijnstoestand; het is een blijvende realisatie van de waarheid – een permanent non-dualistisch bewustzijn. Geen plek die je van hieruit kunt bezoeken, integendeel, dit hier is een plek waar je van dááruit naar toe kunt. Neem mij nou. Ik ben zelf verlicht, hier en nu, op dit moment. Ik ben vrij van iedere illusie en het ego heeft geen enkele vat meer op me, en, alhoewel ik het enorme geluk heb gehad bij verschillende gelegenheden mystieke eenheid te ervaren, verkeer ik op dit moment niet in die toestand en ben ik ook niet van plan daar naar terug te gaan. Niemand verblijft in een permanente staat van gelukzaligheid, Sarah, dat is louter een verkooppraatje.’
‘Allemachtig...’ kan ze nog net uitbrengen.
‘Wat ik hier probeer te doen Sarah, is je weer helemaal van voor af aan te laten beginnen. Je bent – net als iedereen – in een bepaalde richting vertrokken, maar verlichting ligt in een andere. Wat je nu moet doen, is uit zien te vinden wat je écht wilt. Wil je de rest van je leven wijden aan het achterna zitten van mystieke bewustzijnservaringen? Of wil je wakker worden en de waarheid kennen over jezelf?’
Ze denkt er even over na, en geeft me dan een verrassend antwoord.
‘Waarschijnlijk is het zinniger om eerst uit te vissen wat nu echt waarheid is, want waar dient het anders allemaal voor?’ zegt ze. Wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen, toch? Ik bedoel, als ik eenmaal heb uitgevist wat de waarheid is, dan kan ik daarna altijd nog proberen eenheidsbewustzijn te bereiken, nietwaar?’
‘Wauw’ lach ik waarderend. Goed geantwoord. ‘Ja, probeer eerst te achterhalen wat echt waar is en daarna zie je wel weer.’