Geen producten (0)
Geen producten (0)
 

Het einde van je wereld - Adyashanti (download)

€ 0,00
Niet op voorraad
Specificaties
Productcode EW
Bruto gewicht 0,45 Kg
Omschrijving

Dit boek is hier vrij te lezen en te downloaden

 

Na Oneindige leegte, wat gedeeltelijk een biografie is, en Ware meditatie, een praktische gids voor meditatie, is Het einde van je wereld het derde boek dat Samsara van Adyashanti uitgeeft.

De basis van de leer van Adyashanti ligt in zen. Hij heeft veertien jaar aan het Los Angelos Zen Centre aan zenstudie gedaan onder leiding van Arvis Justi. Toen hij 30 jaar was spoorde Justi hem aan zelf te gaan spreken.
Wat Adyashanti ons leert wordt wel vergeleken met wat de oude Chan meesters uit China en de vroege advaita leraren uit India ons wilden bijbrengen, n.l. het idee uitbannen dat we afgescheiden individuen zijn, losstaand van alles en iedereen. Het einde van je wereld is geheel gewijd aan het thema verlichting. Wat is spirituele verlichting en hoe ga je er mee om wanneer je dat zelf overkomt. En hoe dan verder? Dit boek is weer een juweeltje van de hand van Adyashanti, helder en pakkend geschreven.

Adyashanti geeft regelmatig lezingen waarbij hij de toehoorders aanspoort om na afloop vooral vragen te stellen om zo met hen in dialoog te komen.
'Ben je bereid jouw wereld te verliezen? Er is niets te vinden, er is alleen maar te verliezen. Als je al je ideeën loslaat en alles verliest, komt het vinden vanzelf.'

ISBN: 978-90-77228-86-9, formaat: 125 x 200 mm, uitvoering: gebonden, omvang: 240 pagina’s

Citaat uit het boek:


Verkenningen van het leven na verlichting 

Er doet zich op het ogenblik een verschijnsel voor. Steeds meer mensen ontwaken – en hebben echte, authentieke inzichten in de werkelijkheid. Daar bedoel ik mee dat mensen blijkbaar momenten hebben waarop ze ontwaken uit het hun bekende gevoel van wie ze zijn en wat de wereld is, en in een veel grotere werkelijkheid terecht komen – in iets dat alles waarvan ze het bestaan kenden verre overstijgt.
Deze verlichtingservaringen verschillen van mens tot mens. Bij sommigen houdt de verlichting een tijd aan, terwijl anderen een kortstondig inkijkje krijgen – dat misschien maar een fractie van een seconde duurt. Maar in dat moment verdwijnt het hele gevoel van ‘zelf’. De manier waarop ze de wereld waarnemen verandert plotseling; ze bemerken geen enkel gevoel van scheiding tussen henzelf en de rest van de wereld. Het is te vergelijken met de ervaring van wakker worden uit een droom – een droom waarvan je niet eens wist dat je je erin bevond, tot je eruit werd gegooid. 
Toen ik pas onderricht begon te geven, waren de meeste mensen die me bezochten op zoek naar een dieper besef van spiritualiteit. Ze streefden ernaar zich te ontworstelen aan de begrenzingen en de afgescheidenheid van het individu dat ze zich voelden. Het is dit intense verlangen dat aan al het spirituele zoeken ten grondslag ligt: om zelf dat te ontdekken waarvan we al aanvoelen dat het waar is – dat het leven meer is dan we op dit moment bespeuren.
Maar sinds die tijd komen er steeds meer mensen naar me toe die al een glimp van deze grotere werkelijkheid hebben opgevangen. Voor hen is het onderricht in dit boek bestemd.

Het eerste begin van ontwaken
De ontdekking waar ik van spreek wordt traditioneel spirituele verlichting genoemd, omdat men ontwaakt uit de droom van afgescheidenheid die door de egogeest is gecreëerd. We beseffen – vaak heel plotseling – dat wie wij volgens ons gevoel zijn - onszelf - dat gevormd en opgebouwd is uit onze ideeën, overtuigingen en beelden, niet werkelijk is wie wij zijn. Het bepaalt ons niet; het heeft geen middelpunt. Het ego bestaat misschien als een reeks voorbijgaande gedachten, overtuigingen, acties en reacties, maar heeft op zich geen identiteit. Uiteindelijk blijken alle beelden die we over onszelf en de wereld hebben niets anders te zijn dan weerstand tegen de dingen zoals ze zijn. Wat wij ego noemen is eenvoudig het mechanisme dat onze geest gebruikt om zich te verzetten tegen het leven zoals het is. In die zin is ego niet zozeer een ding als wel een werkwoord. Het is je verzetten tegen wat er is. Het is de beweging van wegduwen of naar zich toe trekken. Deze impuls, dit grijpen en verwerpen, vormt een gevoel van een zelf dat te onderscheiden, of gescheiden, is van de wereld om ons heen. 
Maar met het dagen van verlichting begint deze buitenwereld in te storten. Als we eenmaal ons zelfgevoel verliezen, is het alsof we de hele wereld, zoals we die kenden, verloren hebben. Op dat moment – of dat moment nu een glimp is of iets dat langer duurt – beseffen we plotseling met ongelooflijke helderheid dat wat we waarlijk zijn op geen enkele manier begrensd is tot het zelf in de beperkte opvatting die we ervan hadden. 
Je bewust worden van de waarheid of de werkelijkheid is iets dat heel moeilijk is om over te praten, omdat het boven taal uitstijgt. Toch helpt het om met een soort wegwijzer te werken. Het eenvoudigste wat je van de ervaringskennis over verlichting kunt zeggen is dat het een verschuiving in je waarneming is. Dit is de kern van bewustwording. Er is een verschuiving in waarneming van jezelf zien als een losstaand individu tot jezelf zien – als we überhaupt een gevoel van zelf hebben na deze verschuiving – als iets dat veel universeler is: alles en iedereen en overal tegelijkertijd.
Deze verschuiving is niet revolutionair; het is net als wanneer je ’s ochtends in de spiegel kijkt met het intuïtieve gevoel dat het gezicht waar je naar kijkt het jouwe is. Het is geen mystieke ervaring; het is een primaire ervaring. Wanneer je in de spiegel kijkt, herken je eenvoudig: dat ben ik. Wanneer de verschuiving in waarneming, die verlichting heet, plaatsvindt, wordt alles waar onze zintuigen mee in contact komen ervaren als onszelf. Het is alsof we bij alles wat we tegenkomen denken: dat ben ik. We ervaren onszelf niet als ons ego, als een afzonderlijk iemand of afzonderlijke entiteit. Het is meer een gevoel van de Ene die zichzelf herkent, of Geest die zichzelf herkent.
Spirituele verlichting is zich herinneren. Het is niet iets worden wat we niet zijn. Het is niet het transformeren van jezelf. Het is niet jezelf veranderen. Het is je herinneren wat je bent, alsof je het lang geleden hebt geweten en eenvoudigweg was vergeten. Op het moment van deze herinnering, als het zich herinneren authentiek is, wordt het niet gezien als iets persoonlijks. Er is echt niet zoiets als een ‘persoonlijke’ verlichting, omdat ‘persoonlijk’ scheiding zou inhouden. ‘Persoonlijk’ zou impliceren dat het het ‘ik’ of het ego is dat ontwaakt of dat verlicht wordt. 
Maar bij een echte verlichting wordt heel duidelijk beseft dat zelfs de verlichting zelf niet persoonlijk is. Het is universele Geest of universeel bewustzijn dat zich van zichzelf bewust wordt. In plaats van dat het ‘ik’ zich bewust wordt, ontwaakt wat wij zijn uit het ‘ik’. Wat wij zijn ontwaakt uit de zoeker. Wat wij zijn ontwaakt uit het zoeken.
Het probleem met het definiëren van verlichting is dat de geest zich bij het horen van elk van deze omschrijvingen weer een beeld schept, een idee van waar het bij deze uiteindelijke waarheid of uiteindelijke werkelijkheid eigenlijk om gaat. Zo gauw als dergelijke beelden tot stand komen, wordt onze waarneming nogmaals verwrongen. Op deze manier is het echt onmogelijk om de aard van de werkelijkheid te beschrijven, behalve door te zeggen dat het niet is wat wij denken, en niet is wat ons geleerd is. Inderdaad zijn we niet in staat ons voor te stellen wat wij werkelijk zijn. Onze aard gaat letterlijk iedere voorstelling te boven. Wat we zijn is dat wat toekijkt – dat bewustzijn dat kijkt hoe wij net doen alsof we een losstaand individu zijn. Onze ware aard neemt onophoudelijk deel aan alle ervaringen, is zich bewust van ieder voorval, van elk moment. 
Wat er in de verlichting aan ons wordt geopenbaard is dat we geen ding zijn, noch een persoon, zelfs geen entiteit. Wat wij zijn is dat wat zich manifesteert als alle dingen, als alle ervaringen, als alle persoonlijkheden. Wij zijn dat wat de hele wereld tot bestaan droomt. Spirituele verlichting laat zien dat wat onzegbaar en onverklaarbaar is, in werkelijkheid is wat wij zijn. 

Blijvende en niet-blijvende verlichting
Zoals ik al zei, kan deze verlichtingservaring slechts een glimp zijn of een tijd lang aanhouden. Sommigen zouden zeggen dat als een verlichting tijdelijk is, het geen echte verlichting is. Er zijn mensen die geloven dat bij een authentieke verlichting het zien zich opent voor de ware aard van de dingen en zich daar nooit meer voor sluit. Ik kan dit standpunt begrijpen, aangezien uiteindelijk de hele spirituele zoektocht ons voert tot een volledige verlichting. Volledige verlichting wil eenvoudig zeggen dat we doorlopend waarnemen vanuit het gezichtspunt van Geest – vanuit de visie van eenheid. Vanuit dit verlichte standpunt bestaat nergens enige scheiding – niet in de wereld, niet in het universum, noch in enig ander universum, waar ook. De waarheid is overal, altijd, in alle dimensies, voor alle mensen. Het is een waarheid die de bron is van alles wat ooit ervaren zal worden – in het leven, na het leven in deze dimensie of elke andere dimensie.
Vanuit het perspectief van het uiteindelijke is letterlijk alles – of het een hogere of lagere dimensie is, hier of daar, gisteren, vandaag of morgen – slechts een manifestatie van Geest. Het is Geest zelf die ontwaakt. Daarom is het pad dat ieder mens gaat, of hij het weet of niet, een pad naar volledige verlichting – naar een volledig weten, naar de volledige ervaringswetenschap van wat hij is, naar eenheid, naar één zijn.
Maar het moment van verlichting kan een permanent zien tot gevolg hebben of niet. Zoals ik al zei, zul je van sommige mensen horen dat de verlichting niet echt is als ze niet permanent is. Wat ik als leraar heb gezien is dat de persoon die een tijdelijke glimp opvangt van wat zich achter de sluier van dualiteit bevindt en de persoon die een permanente, ‘blijvende’ realisatie heeft, hetzelfde zien en beleven. De een ervaart het tijdelijk; de ander ervaart het doorlopend. Maar als het echt verlichting is, is wat er ervaren wordt hetzelfde: alles is een; wij zijn niet een bepaald ding of een bepaald persoon die in een bepaalde ruimte gelokaliseerd kan worden; wat wij zijn is zowel niets als alles, tegelijkertijd. 
Zoals ik het dus zie doet het er eigenlijk niet toe of een verlichting tijdelijk is of blijvend. Het doet er toe in de zin dat er een pad is – niemands hart is totaal vervuld tot dat zien vanuit het standpunt van waarheid doorlopend het geval is – maar wat er gezien wordt is een verlichting, of die aanhoudt of niet.
Deze glimp van verlichting, die ik niet-blijvende verlichting noem, komt steeds vaker voor. Het gebeurt een moment lang, een middag, een dag een week lang – misschien wel een maand of twee. Het bewustzijn opent zich, het gevoel van het afzonderlijke zelf valt weg – en dan, als de lensopening van een camera, sluit het bewustzijn zich weer. Het lijkt er misschien op dat het zich volkomen gesloten heeft, maar dat doet het nooit helemaal. Diep van binnen vergeet je het nooit. Ook als je slechts een ogenblik een glimp van de werkelijkheid hebt opgevangen, is er iets in jou voor altijd veranderd. 
De werkelijkheid is nucleair; zij is ongelooflijk krachtig. Zij is onvoorstelbaar potent. Mensen kunnen in een oogwenk een flits van de werkelijkheid ervaren, en de energie en de kracht die daardoor bij hen binnenkomt verandert hun hele leven. Er is slechts een moment van bewustwording nodig om je onjuiste zelfgevoel uiteen te laten vallen en daardoor je hele kijk op de wereld te laten oplossen.

Verlichting is niet wat je je ervan voorstelt
Reëel gesproken is het correcter om te praten van wat we verliezen na verlichting dan van wat we erbij winnen. We verliezen niet alleen onszelf – wie we meenden te zijn – maar we verliezen ook onze hele wereldbeschouwing. Scheiding is slechts een wijze van zien; wanneer het over onze wereld gaat is alles een zienswijze. 
‘Jouw wereld’ is niet jouw wereld; het is slechts jouw kijk erop. Hoewel het in eerste instantie misschien negatief overkomt, denk ik dat het veel nuttiger is over spirituele verlichting te praten in de zin van wat we verliezen – waar we uit ontwaken. Dit betekent dat we praten over de ontmanteling van het beeld dat we van onszelf hebben, en het is deze ontmanteling van wie we dachten te zijn die zo schokkend is wanneer we ontwaken. 
En het is inderdaad schokkend: het is helemaal niet zoals we denken dat het zal zijn. Er is nooit een leerling teruggekomen die zei: ‘Weet je Adya, ik keek door de sluier van afgescheidenheid, en het is wel zo ongeveer als ik dacht dat het zou zijn. Het komt aardig overeen met wat me verteld is.’ Meestal komen ze terug en zeggen: ‘Dit lijkt helemaal niet op wat ik me ervan voorstelde.’
Dit is vooral zo interessant omdat veel mensen die ik onderricht geef zich jarenlang verdiept hebben in spiritualiteit en vaak heel ingewikkelde ideeën hebben over hoe verlichting zal zijn. Maar wanneer het gebeurt, is het altijd anders dan hun verwachting. In veel opzichten is het grootser, maar ook in veel opzichten is het eenvoudiger. De waarheid is, dat om waar en echt te zijn, verlichting anders moet zijn dan wat we ons ervan voorstelden. Dat komt doordat al onze fantasieën over verlichting zich afspelen binnen het paradigma van de droomstaat. Het is niet mogelijk zich iets buiten de droomstaat voor te stellen wanneer ons bewustzijn zich daar nog in bevindt. 

 

Hoe verandert je leven na de verlichting?
Met de verlichting komt er ook een totale reorganisatie van de manier waarop we het leven zien – of in ieder geval het begin van een reorganisatie. Dat is omdat verlichting zelf, hoewel mooi en verbazingwekkend, vaak een gevoel van desoriëntatie met zich meebrengt. Zelfs al ben jij ontwaakt als de Ene, je hele menselijke structuur – je lichaam, je geest en je persoonlijkheid – bestaat nog. Verlichting kan vaak ervaren worden als zeer ontwrichtend voor deze menselijke structuur.
Het is dus het proces dat zich na de verlichting afspeelt dat ik wil onderzoeken. Zoals ik al zei zal bij een zeer klein aantal mensen het moment van verlichting volledig zijn. Het zal afdoende zijn in zekere zin, en dan is er geen doorgaand proces nodig. We zouden kunnen zeggen dat dergelijke mensen een buitengewoon lichte karmische belasting hadden; ook al hebben ze misschien zeer zwaar geleden voor de verlichting, men kan zien dat hun karmische erfenis, de conditionering waar ze iets aan moesten doen, niet al te diep was. Dit is heel zeldzaam. Slechts een paar mensen in een bepaalde generatie raken op zo’n manier verlicht dat er geen verder proces doorgemaakt hoeft te worden.
Wat ik mensen altijd vertel is dit: reken er niet op dat jij zo iemand bent. Je kunt er beter van uitgaan dat je bent als ieder ander, dat wil zeggen dat je na een aanvankelijke verlichting door een proces heen zult gaan. Het zal niet het einde van je reis zijn. Wat ik hier wil proberen te doen is je in een richting te sturen die wellicht nuttig is en waarop je je kunt oriënteren als je je op dat pad begeeft. Zoals mijn lerares placht te zeggen, het is als je voet tussen de deur krijgen. Dat je je voet tussen de deur hebt gekregen, wil nog niet zeggen dat je het licht hebt aangedaan; het betekent niet dat je hebt geleerd je weg te vinden in die andere wereld waarin je ontwaakt bent. 
Ik ben heel blij dat dit boek, dat gebaseerd is op een serie lezingen die ik heb gegeven, me de gelegenheid geeft dit onderwerp – de vraag wat er na de verlichting gebeurt – te behandelen. De informatie die er is over het leven na de verlichting wordt meestal niet openbaar gemaakt. Zij wordt meestal slechts uitgewisseld tussen spirituele leraren en hun leerlingen. Het probleem met die handelwijze is, zoals ik al zei, dat veel mensen nu deze momenten van verlichting hebben en dat er heel weinig samenhangend onderricht voor hen beschikbaar is. In die zin wil dit boek een verwelkoming zijn in die nieuwe wereld, die nieuwe staat van eenheid.
Op dit punt aangekomen wil ik me graag richten tot die lezers die denken: ‘Tja, ik heb zo’n glimp nog niet opgevangen. Ik denk niet dat ik echt verlicht ben.’ Anderen zijn er misschien niet zeker van of wat ze ervaren hebben verlichting is of niet. Waar je je ook op dit pad bevindt , ik meen dat deze informatie relevant is. Want, zoals blijkt, wat er na de verlichting gebeurt heeft betrekking op wat er voor de verlichting plaatsvindt.
Het spirituele proces is zelfs niet anders voor de verlichting dan erna. Het proces na verlichting vindt alleen plaats vanuit een ander perspectief; je zou het kunnen zien als het blikveld van de adelaar tegenover het blikveld dat je vanaf de grond hebt. Voor de verlichting weten we niet wie we zijn. We denken dat we een afzonderlijk, geïsoleerd individu zijn, in een bepaald lichaam, die rondloopt in een wereld die losstaat van onszelf. Als de verlichting eenmaal heeft plaatsgevonden, lopen we nog steeds rond in die wereld; we weten alleen dat we niet beperkt zijn tot een bepaald lichaam of persoonlijkheid en dat we in werkelijkheid niet gescheiden zijn van de wereld om ons heen.
Het is ook belangrijk om op te merken dat we niet immuun worden voor misvattingen, alleen omdat we kortstondig een glimp hebben opgevangen van verlichting. Bepaalde fixaties en conditioneringen blijven hangen, ook wanneer we kijken vanuit het standpunt van eenheid. De weg na de verlichting is daarom een weg van afbreken van onze overgebleven fixaties – onze complexen, om zo te zeggen. Hij is dus niet zo veel anders dan de weg naar verlichting, de weg van het afbreken van bepaalde misvattingen die we hebben, bepaalde neigingen om te verkrampen. Het verschil is dat voor de verlichting onze persoonlijkheidsstructuur veel drukkender, veel zwaarder, veel compacter aanvoelt, omdat onze hele identiteit in feite verpakt is in onze conditionering. Na de verlichting weten we dat de conditionering van het geheel van lichaam en geest niet persoonlijk is; we weten dat die ons niet bepaalt. Die wetenschap, die levende waarheid, maakt het veel gemakkelijker en veel minder bedreigend om het ontrafelen van onze illusies aan te pakken. 
Er is dus een grote overeenkomst tussen wat we in spiritueel opzicht doen voor de verlichting en wat we daarna doen. We doen het vanuit een ander perspectief; voor de verlichting doen we het vanuit het standpunt van scheiding, en na de verlichting doen we het vanuit het standpunt van niet-scheiding. Maar wat we precies doen, de aanpak, het proces zelf, is zeer vergelijkbaar. Je zou kunnen zeggen dat het alleen op een ander niveau van zijn gebeurt. Op die manier is bijna alles wat ik in de volgende hoofdstukken bespreek van toepassing op waar je je zelf ook bevindt; het kan vertaald worden naar je eigen ervaring. 

De bereidheid om alles te onderzoeken
Zoals ik mijn eigen leerlingen vaak vertel, presenteer ik mijn onderricht niet als uiteenzettingen van waarheid, omdat het gekkenwerk is te proberen de waarheid in woorden te gieten. Het is de benadering die we voor de verlichting vaak hanteren – we vormen een idee van de waarheid en geloven dan in het idee. Dus in plaats van een soort theologie of filosofie te onderwijzen, presenteer ik mijn onderricht als strategieën. Ik bied jullie strategieën voor verlichting en strategieën om je te helpen bij wat er na de verlichting gebeurt. 
Alle woorden die ik bezig zijn bedoeld als wegwijzers. In zen bestaat er een gezegde dat luidt: zie de vinger die naar de maan wijst niet aan voor de maan zelf. Ook al horen we dat misschien honderd maal, we hebben nog steeds de neiging die vergissing te maken, telkens weer. Hoewel ik dus veel woorden gebruik, bepaalde contexten neerzet en bepaalde metaforen gebruik, vraag ik je in gedachten te houden dat alles wat ik onderwijs bewust gemaakt moet worden. Het moet geleefd worden om echt te zijn. Niets wat ik zeg komt in de plaats van de echte, directe ervaring van weten wat je waarlijk bent. Je moet bereid zijn alles te onderzoeken, stil te houden en jezelf af te vragen: ‘Weet ik echt wat ik denk te weten, of heb ik slechts de overtuigingen en meningen van anderen overgenomen? Wat weet ik feitelijk, en wat wil ik geloven of me verbeelden? Wat weet ik zeker?’
Deze ene vraag – ‘Wat weet ik zeker?’ – is enorm krachtig. Wanneer je die vraag goed onderzoekt, maakt die echt een eind aan je wereld. Hij vernietigt je hele ik-gevoel en dat moet ook. Je komt tot het inzicht dat alles wat je over jezelf denkt te weten, alles wat je over de wereld denkt te weten, gebaseerd is op aannames, overtuigingen en meningen – dingen die je gelooft omdat jou werd geleerd of verteld dat ze waar waren. Totdat we deze foute inzichten gaan zien voor wat ze echt zijn, zal het bewustzijn gevangen blijven in de droomstaat. 
Op dezelfde manier opent zich iets in ons wezen zodra we onszelf toestaan te beseffen dat we bijna niets weten, dat we niet weten wie we zijn. We weten niet wat de wereld is. We weten niet of het ene waar is, we weten niet of het andere waar is. Wanneer we bereid zijn in het onbekende en de daarmee verbonden onzekerheid te stappen, en niet ter bescherming of troost weer onze toevlucht tot iets te nemen – wanneer we bereid zijn te blijven staan als voor een aanstormende windvlaag en niet terug te deinzen – kunnen we ons echte zelf eindelijk onder ogen zien. 
Het onderzoeken van de vraag: ‘Wat weet ik zeker?’ is ook een waardevol middel als de verlichting heeft plaatsgevonden. Jezelf deze vraag stellen helpt om beperkingen en ideeën, zowel als de neiging ergens in te blijven steken – hetgeen allemaal doorgaat na de verlichting – te laten oplossen.
Waar je dus ook bent op het pad, het is deze bereidheid om in jezelf op te staan, deze vraag te stellen en open en oprecht te zijn over wat je vindt, die het belangrijkste is. Het is de basis waar de totaliteit van je verlichting en je leven na de verlichting op rust.

 

Recensie:

Ondanks zijn Indiaas aandoende naam is Adyashanti een Amerikaanse leraar. Hij is geworteld in het zenboeddhisme en bedient zich van de taal van de advaita vedanta. Sinds 1996 geeft hij satsangs in Californië. Dit boek is zijn vijfde (en het derde boek dat door Samsara in het Nederlands wordt uitgegeven). Als ondertitel heeft het Klare taal over de aard van verlichting. Nogal een belofte, maar Adyashanti maakt het waar. Hij is een van de leraren die het lukt het uiterst subtiele in eenvoudige taal te vatten en intussen met elk woord de spijker op zijn kop te slaan. Het spirituele jargon wordt zoveel mogelijk omzeild en zijn taalgebruik is eerder kneuterig dan verheven te noemen (hij heeft een voorkeur voor woorden als "weird" en "groovy"). Lezers van de Nederlandse versie missen dit element uiteraard. Jammer, maar niet onoverkomelijk, want de vertaling (door Prema van Harte) is voortreffelijk. Het boek richt zich in eerste instantie op de valkuilen die na de verlichtingservaring op de loer liggen. Want een dergelijke ervaring, zo zegt Adyashanti, is zelden volledig. Meestal openbaart zich een onbekende weg, waarop alle oude conditioneringen in botsing komen met de nieuwe inzichten. Op die weg ligt het ego nog steeds op de loer en zal het zijn uiterste best doen de verlichte staat op te eisen en zodoende aan het roer te blijven.
Adyashanti behandelt per hoofdstuk de verschijnselen die zich daarbij aan de kersverse verlichte kunnen voordoen. Hij spreekt onder andere over wat er gebeurt wanneer de euforie over de verlichting voor de verlichting zelf wordt aangezien. Wanneer deze toestand wegvalt, zal men snel denken 'het' kwijt te zijn en proberen de ervaring terug te halen. Eenheid staat dan ineens zij aan zij met de begoocheling, wat voor de nodige verwarring kan zorgen. Een ander verschijnsel doet zich voor als het oude is losgelaten maar een nieuwe levenssturende energie nog niet beschikbaar is. Men voelt zich dan vaak slechter af dan voor de ervaring. Alle oude mechanismen zijn nog actief, maar missen de bezieling. Passies en hobby's lijken ineens leeg en zinloos, wat het idee kan geven dat er iets vreselijk fout is gegaan.
Ook waarschuwt Adyashanti voor de verleiding je terug te trekken in het Absolute. Na de bevrijding van verlichting kan het zijn dat het opnieuw opgedoken ego niet meer met de pijn van het zelfonderzoek geconfronteerd wil worden. Het neemt dan afstand van alle neigingen van de persoonlijkheid en verweert zich met het (op zich juiste) argument geen persoon te zijn. De vrijheid ligt echter in het onder ogen kunnen zien van alles, abjecte overtuigingen en daden incluis. Verlichting kan ook een superioriteitsgevoel ten opzichte van de medemens teweegbrengen, of een wanhopig verkrampen van het ego, en het kan het lichaam zwaar belasten als de energie die het ego in stand hield vrijkomt (een proces dat Adyashanti "een vernieuwd bedraden" noemt). Op al deze punten wordt uitgebreid ingegaan, met voorbeelden uit Adyashanti's sangha, maar ook uit zijn eigen ervaring.
Moeilijke onderwerpen, zoals de vraag of verlichting voortkomt uit inspanning of uit genade, weet hij op bevredigende wijze te bespreken (hoewel er uiteraard geen eenduidige conclusie getrokken kan worden), iets waar maar weinig leraren in slagen.
Het boek is ook voor degenen voor wie het verlichtingsmoment nog niet heeft plaatsgevonden zinvol om te lezen. In de inleiding benadrukt Adyashanti: "Wat na de verlichting gebeurt heeft betrekking op wat er voor de verlichting plaatsvindt." Het gaat hem erom voortdurend helder te blijven zien. En de misvattingen die daarmee ontzenuwd worden, voor of na de verlichting, zijn verrassend identiek.

Frans Hasselaar/Inzicht