Geen producten (0)
Geen producten (0)
 

Zelfonderzoek - Jan Koehoorn

€ 21,50 € 18,00
Niet op voorraad
Specificaties
Productcode ZO
Bruto gewicht 0,40 Kg
Omschrijving

Veel mensen zijn op zoek naar zichzelf. Dat zoeken komt voort uit het idee dat er iets ontbreekt aan je leven. Ook ik was ooit op zoek en mijn eerste kennismaking met Advaita was een boek van Wolter Keers, de nestor van Advaita in Nederland. Ik werd meteen getroffen door de helderheid waarmee hij over zelfonderzoek schreef.
 
Mijn vooroordelen over spiritualiteit (zweverig, stemmingmakerij) werden meteen van tafel geveegd. Wat me opviel bij Advaita, was dat nergens een beroep werd gedaan op mijn goedgelovigheid. Ik werd uitgenodigd om voor mezelf te kijken. Mijn leraar Alexander zei altijd: ‘Het is zelfonderzoek, geen anderen-onderzoek.'
 
Mijn eerste contact met Alexander was een telefoongesprek ('Je bent toch hopelijk niet op zoek naar ufo's of kabouters?') en na drie maanden bijeenkomsten (satsangs) bij hem gevolgd te hebben was het klaar. Zes jaar later begon ik zelf online teksten te publiceren en zo is het balletje gaan rollen.
‘Wanneer schrijf jij nou eens een boek?’ Die vraag hoor ik al een paar jaar. Mijn vaste antwoord was: ‘Dat komt nog wel eens, als de tijd rijp is.’ En dat is nu.”


Jan Koehoorn

ISBN : 978-90-77228-95-1, Uitvoering : gebonden, Formaat : 125 x 200 mm, Omvang: 248 pagina’s

 

Citaat uit het boek:

 

Voorwoord

 

Ik had nooit gedacht dat ik spiritueel zou worden en gelukkig is dat ook niet gebeurd. Ik heb gewoon tussen mijn twintigste en dertigste jaar een periode meegemaakt waarin mijn interesse in zelfonderzoek gewekt werd. Maar laat ik bij het begin beginnen.
Het begon zo rond mijn vijfenentwintigste. Af en toe was ik ineens duizelig. Er waren ook momenten waarop ik zonder aanwijsbare reden angstig werd, of benauwd. Ik vroeg me natuurlijk af wat er aan de hand was en liet me checken door de huisarts, die me vertelde dat het hoogstwaarschijnlijk hyperventilatie was. Ik besloot eerst te kijken of ik het op eigen houtje kon oplossen, want ik wilde niet afhankelijk worden van kalmerende middelen, en therapie kon altijd nog.
Ik kocht wat boeken over het onderwerp en ging ademhalingsoefeningen doen. Ook yoga had mijn interesse en op een goede dag kwam ik in de boekhandel een boek tegen, getiteld: ‘Yoga als kunst van het ontspannen’. Ik las een paar fragmenten en werd gegrepen door de stijl van schrijven. Er stonden wel ontspanningsoefeningen in, maar het boek had ook een diepere laag waarin werd ingegaan op de vraag: ‘Wie ben ik?’ En dan heel letterlijk. Dus niet bij volle maan over je rechter middelvinger plassen onder het slaken van diepzinnige kreten, maar werkelijk kijken naar deze basisvraag.
Immers, alle eventuele problemen in je leven zijn te herleiden tot de ideeën die je over jezelf hebt. Ik ontdekte dat eigenlijk alle ideeën die ik over mezelf had op aannames waren gebaseerd. En zo kwam ik terecht bij boeken over zelfonderzoek en ontdekte ik de traditie van advaita vedanta.
Het eigenaardige van advaita is, dat er wel leraren zijn maar dat je geen les krijgt. Want les krijgen houdt in dat je iets van iemand anders aanneemt. Als je naar een satsang gaat (zo heten bijeenkomsten met advaitaleraren) wordt je geen nieuwe informatie aangereikt, maar komen je aannames ter discussie te staan. Allemaal.
Mijn advaitaleraar heette Alexander Smit. Hij leefde van 1948 tot 1998 en gaf jarenlang satsang aan iedereen die zelfonderzoek wilde doen, met als voorwaarde een integere belangstelling voor het onderwerp. Je zult zijn naam in dit boek veel tegenkomen, want de pointers die hij gaf waren zó krachtig dat ik ze jaren later nog moeiteloos kan quoten.
Advaita heeft soms de naam intellectueel of steriel te zijn, maar zo ik heb ik het nooit ervaren. Wat mij betreft is het de meest directe traditie die er is, wars van opsmuk en toeters en bellen. Het kan zeker confronterend zijn en mogelijk zet het je wereld op zijn kop. Maar als iets zo gemakkelijk op zijn kop te zetten is, is het dan geen onderzoek waard?

 

Jan Koehoorn, maart 2012

 


Zien dat er niets te bereiken valt is realisatie 

Alle vragen die met ‘hoe’ beginnen, houden een manier of een methode in. En een manier of een methode betekenen op hun beurt weer dat je gaat proberen om van hier naar daar te komen, om iets te bereiken. Het idee dat we iets moeten bereiken, dat het ‘ergens naartoe’ moet, heeft te maken met de illusie dat we ons in de een of andere toestand zouden bevinden. Je kunt namelijk alleen in een andere toestand terechtkomen, als je je op dit moment in de ene toestand bevindt. We hebben eigenlijk geen aandacht voor onderzoek naar dit basismisverstand. We zijn alleen maar bezig om van de ene in de andere toestand terecht te komen. Al die moeite om onze zelfverzonnen problemen op te lossen.
Totdat de vraag gesteld wordt: ‘Is het wel zo dat ik me in de een of andere toestand bevind?’ Een diepgaand onderzoek naar die vraag is iets heel anders dan proberen een beter mens te worden. Het is eenvoudig kijken of een aanname klopt of niet. Ik kan alle toestanden beschrijven, ik kan alle eigenschappen van welke toestand dan ook opnoemen. Ben ik dan niet in eerste instantie de waarnemer van al die toestanden? Dat is een kwestie van onderzoeken, niet van geloven. Want geloven ligt in de aannamesfeer en onderzoeken is kijken, voor jezelf zien. Dat is de uitnodiging van advaita.

Ik ben een fragmentje 

Af en toe verschijn ik, maar snel daarna verdwijn ik weer. Van mijn lichaam is er geen één molecuul hetzelfde als een paar jaar geleden, maar toch denk ik dat ik dat lichaam ben. Ik ben voornamelijk bezig mezelf te verbeteren, want ik ben niet goed genoeg zoals ik ben. Het kan altijd mooier, rijker, sneller, geliefder, meer gerespecteerd, jeugdiger, knapper of leuker.
De meeste gevoelens onderdruk ik. Angst, woede, verdriet en jaloezie zijn niet welkom. Toch is het me nog niet gelukt om ze helemaal uit mijn leven te verbannen. Ik heb ontelbaar veel manieren uitgeprobeerd om een beter mens te worden. Hypnose, meditatie, astrologie, acupunctuur, tarot, pendelen, channelen, lichtwerk, quantum touch, rebirthing, NLP, therapie, het rijtje is eindeloos.
Toch hou ik het gevoel dat er nog iets ontbreekt aan mijn leven. Ik voel me niet vervuld, niet begrepen, niet geliefd. Op momenten dat het wél goed gaat, ben ik achterdochtig. Ik ben namelijk gewend dat er altijd wel iets kan gebeuren waardoor een meevaller toch weer een tegenvaller kan worden. Om niet de hele tijd herinnerd te worden aan de eindigheid van mijn bestaan en aan alles dat ik kan verliezen, probeer ik mijn gedachten op iets anders te richten. Op allerlei manieren heb ik geprobeerd mijn denkpatronen te veranderen. Ik probeer positief te denken, in alles het goede te zien. Of ik probeer om niet te denken, zonder gedachten te zijn. Zo leven de meeste mensen. 

Manieren om toch weer de doener te zijn

Het idee de doener van ‘jouw’ acties te zijn, zit diep geworteld. Met als gevolg dat we ‘goede’ acties proberen te claimen, en ‘foute’ acties proberen te ontkennen. Het wil er maar niet in dat alles spontaan verschijnt, en dat er geen doenerschap aan ten grondslag ligt. De persoon als doener is óók een verschijnsel, en niet de veroorzaker van gebeurtenissen. Hij is zelf een gebeurtenis. De acteurs kijken niet naar de film, maar bevinden zich in de film.
Maar we zijn meesters geworden in het onszelf voor de gek houden. En er zijn altijd wel manieren te vinden om stiekem toch weer een doener te introduceren. Zo zijn er bijvoorbeeld mensen die proberen alles goed te praten onder het mom van spiritualiteit. Lekker alles doen waar je zin in hebt, en dan roepen dat het niet uitmaakt omdat alles immers ‘Bewustzijn’ is, en spontaan gebeurt.
Niets meer doen of ondernemen is ook zo’n trucje dat vaak toegepast wordt. Dan word je een passieve doener die een beloning voor die passiviteit verwacht. ‘Waarom zou ik nog iets doen, als het toch niet uitmaakt?’ Het is geen kwestie van wel of niet iets ondernemen. Die zogenaamde ‘ik’, die wel of niet iets gaat ondernemen is het probleem.

Zoeken 

Zoeken betekent: over het nu heen kijken. Denken dat er een andere mogelijkheid is dan nu, en daarop focussen. Een statische gedachteconstructie prefereren boven het dynamische nu. Een ideale situatie verzinnen, datgene wat er verschijnt daarmee vergelijken, en vervolgens oordelen dat ‘wat is’, niet voldoet.
Wat is, zal per definitie nooit voldoen aan wat voor voorwaarden je ook stelt. Voorwaarden zijn namelijk gedachtespinsels. Je neemt een aantal momentopnamen uit het geheugen en daarmee construeer je een ‘ideale situatie’. Die situatie heeft meestal te maken met geluk, macht, controle, geld, veiligheid, allerlei garanties, bevestiging, liefde, en ga zo maar door.
En dat alleen maar omdat je gelooft dat je een persoon, een ego, bent. En voor een ego is de wereld uitermate onveilig, zijn er geen garanties, is er bevestiging nodig, en moet er steeds maar weer aandacht naar toe. De persoon en de zoekbeweging hebben met elkaar te maken. Zolang je gelooft dat je dat ego bent, en meer niet, is er die zoekbeweging. Harder zoeken, of op een andere manier zoeken, of net doen of je niet meer zoekt, is allemaal geen oplossing. Zie het misverstand, doorzie de persoon en herken de idioterie van het zoeken.

 

Recensie:

Je kunt dit boek vergelijken met een mooie droge wijn. Het geheel is gerijpt uit de conversaties die de schrijver met zoekers had, waarbij een ruim boeket aan toetsen voorbijkomt. Geserveerd in een honderdtal intense teugjes kunnen ze geproefd en onderzocht worden - en op uitdrukkelijk aandringen van de schrijver zonder vooropgesteld doel. De stijl is sec en bondig, en de benadering heeft een authentiek en fris karakter, samengesteld met respect voor en doordrongen van de traditie.
Jan nodigt je uit te kijken naar diverse aspecten van je bestaan: je aannames, denken, voelen, willen, angst en verlangen, illusie, relatie, realisatie, geheugen, tijd, bewustzijn .... Het gaat om kijken zonder oordeel en zonder die bekende, zo diepgewortelde en gecultiveerde neiging tot zelfverbetering. Is het leven niet een spontaan gebeuren binnen Dat wat je bent? Zelf onbenoembaar, ongrijpbaar, niet te ervaren, neemt het alle ervaringen waar. Er valt niets te accepteren, want alles is er al. Er wordt ruim aandacht besteed aan gevoelens en wat we daar doorgaans mee doen: etiketteren, de strijd mee aangaan, erin vrezen te verdrinken, kortom: alles wat ons denkbeeldige persoontje helpt in stand houden. Gevoelens zijn an sich conflictloos, pure energie. Richt je aandacht op het gevoel zelf, vergeet het ideaal en het conflict is weg. Zie je dat alles komt en gaat, dat je dat niet in wezen bent? Het basismisverstand is dat we ons in een toestand menen te bevinden en van daaruit naar iets anders streven. Maar je bent daar nooit in geweest. Dat is onmogelijk, zegt Jan. Je bent de waarnemer ervan. Het verschijnt en verdwijnt in jou, dus wat valt er dan nog te doen ? Evenzo is het met inzicht: zoeken vanuit de gedachte een fragment te zijn die het geheel wil doorzien is nutteloos. Stel eerst de juiste vraag: ben ik wel die persoon? Is de persoon niet iets discontinus, een fragment binnen Bewustzijn? Je kunt Bewustzijn niet reduceren, zelfs niet tot een moment van inzicht. Als je het toch probeert, blijf je leven in een illusie.
Een ander subtiel misverstand is dat van de doener. De persoon eigent zich een zelfstandigheid toe die er helemaal niet is. Dingen gebeuren vanzelf, maar we nemen aan dat er een ‘iemand' is die het doet, om zo controle te krijgen over ons leven. Snappen hoe het zit met de illusie van de doener houdt in dat er geen bemoeienis is met die doener. Het veronderstelde ik is fobisch bang voor de afwezigheid van projectie, terwijl juist dat projecteren zelf de oorzaak is van alle problemen. We zoeken naar bestendigheid op een niveau waar we dat nooit kunnen vinden: in het veranderlijke. Moeilijk te doorzien is dat de persoon zelf ook tot dat veranderlijke behoort; dat hij slechts uit gedachten bestaat.
Realisatie is ontdekken dat afgescheidenheid alleen als gedachte op kan komen. In werkelijkheid is er
nooit sprake geweest van welke afgescheidenheid dan ook. Dus wat valt er dan nog te herenigen? Moet een golf één worden met de zee? Anders gezegd: hoe kan iets wat niet bestaat verstoord worden?
Zelfonderzoek in de traditie van de Advaita Vedanta leest aangenaam vlot en is inhoudelijk zeer direct gericht op de dagelijkse ervaring. Maar vergis je niet: het kan je wereld behoorlijk op zijn kop zetten! Het denken, hier beperkt tot het geheugen, wordt intens aangesproken: het ‘advaitageheugen' komt in aanraking met ons westerse denken/voelen, en dat kan aardig wat controversieel geknars teweegbrengen. Maar om het met Jans woorden te stellen: als iets zo gemakkelijk op zijn kop te zetten is, is het dan geen onderzoek waard? Wie weet gaan bij die terugkeer naar de Essentie spontaneïteit, eenvoud en liefde er vanzelf doorheen schijnen.

 

Denis Bellenge/InZicht