Geen producten (0)
Geen producten (0)
 

Geschenk van het absolute - Alexander Smit (boek & extra cd)

€ 29,95
Op voorraad
Specificaties
Productcode GVA
Bruto gewicht 0,50 Kg
Omschrijving

‘Ik vind dat dit bij jou hoort’, zei Devi van de Advaita Foundation, terwijl ze me een doos oude floppydisks gaf. ‘Ik weet niet precies wat erop staat’, voegde ze eraan toe. De schijfjes waren van Alexander Smit geweest, Nederlands bekendste advaitaleraar. Ze bleken een grote hoeveelheid transcripties te bevatten van bijeenkomsten die hij in de jaren tachtig en negentig hield. Het merendeel van de teksten is niet eerder gepubliceerd.

Alexander gaf onderricht aan iedereen die geïnteresseerd was in de vraag: ‘Wie of wat ben ik nu werkelijk?’ Hierbij legde hij een directheid, scherpte en humor aan de dag die ik daarna nooit meer op die manier ben tegengekomen. Het repareren en uitlezen van alle diskettes was een geduldwerkje, maar toen het eenmaal klaar was had ik een behoorlijke verzameling teksten. Een selectie daarvan is in dit boek opgenomen.

In dit boek bevindt zich een CD met bijna anderhalf uur geluidsfragmenten uit de jaren tachtig van bijeenkomsten met Alexander Smit.

- Jan Koehoorn (samensteller van het boek)

ISBN: 978-94-91411-05-2, formaat: 150 x 200 mm, uitvoering: luxe gebonden (incl. cd), omvang: 320 pagina’s

Citaat:

Alexander: Als intelligentie ontwaakt zijn er geen problemen meer. Het is dat je problemen hebt omdat de intelligentie niet ontwaakt is; omdat je leeft vanuit je intellect, omdat je denkt dat je alles via je brein kunt realiseren.

Bezoeker: Op het moment dat dat intellect aan het eind van zijn Latijn is, kan er dan iets anders doorbreken?

A: Dán kan intelligentie doorbreken. Ja. Vandaar dat wij zo fors die vragenreeks torpederen. Bij bepaalde types althans. Het meer devotionele type, daar praten we natuurlijk heel anders tegen.

B: Mag ik daar even op doorgaan?

A: Gaat uw gang ja.

B: Het is als het ware alsof het via het intellect twee …

A: Is het ‘als het ware’ of hoe is het nou? Ik wil weten hoe het is.

B: Nee, het is zo.

A: Gelukkig.

B: … dat via het intellect twee eindstations bereikt werden. Het ene is: ik ben getuige. Het andere is: ik ben de wereld. En het komt me voor, dat als die twee samenvloeien, dat er dan …

A: Ze zullen niet samenvloeien, ze zullen exploderen.

B: Het kan niet meer met intellect?

A: Ze zullen niet samenvloeien. Ze zullen exploderen. Maar goed, don’t spoil the fun. Wie heeft er een echte vraag?

Andere bezoeker: Ja, ik had een vraag, maar die is even weg. Maar: ben ik wel de doener van het gebeuren?

A: Nee, dan niet, nee.

B: Dan niet?

A: Natuurlijk niet. Dat is wat er in de Bhagavad Gita staat: doe het werk, maar claim geen doenerschap. Dat is een advies. Maar de ervaring zal zijn dat je je werk zult doen zónder doenerschap. Daarom accepteert de goeroe ook geen ‘dank je wel’ bij Zelfrealisatie. Want er is geen kwestie van dat hij iets gedaan heeft voor je. Besteed alle dankbaarheid maar aan jezelf. Nou, dat zal onmogelijk blijken. Ik accepteer de klachten niet en ik accepteer de dank niet. Wie? Laat dat brein eens werken, die computer!

Andere bezoeker: Ik vraag mij af: is mijn intelligentie ontwaakt?

A: Nee.

B: Dan zit ik op een vals spoor.

A: Nee, het is nog niet ontwaakt. Je bent als een soort olieplatform die hele zee van het intellect aan het onderzoeken is, of je dat allemaal wel los durft te laten.

B: Ja, dat ben ik ook aan het doen.

A: Je bent aan het kíjken of dat de moeite waard is. Take a little time, don’t worry.

B: Ja ik beeld me in dat ik al meer doe.

A: Ja, dat is het kenmerk van de onwetende, inbeelding. Wie? Ja meneer!

Andere bezoeker: Misschien toch nog even over dat herprogrammeren. Dat je kunt zeggen: ‘Ik ben niet dit, ik ben niet dat …’, is een aardige herprogrammering. Is die teneur om dat te doen ook gewoon een gevolg van het feit dat wij zo enorm geraakt zijn als zijnde inferieur? Innerlijk gevoel: ‘Ik ben eigenlijk alleen maar een computer, laat ik dan maar ook de herprogrammering volgen, want …’

A: Dáár snij je een onderwerp aan. Die inferioriteit. Daar wordt heel veel uit geboren. Het is Adler geweest, die zei: ‘Elk mens heeft gevoelens van minderwaardigheid.’ Ik heb mij altijd afgevraagd: waarom? Ik heb er diep over nagedacht. En op gegeven moment wist ik het. Ik dacht: nu heb ik het antwoord. Je weet zo diep hè, van het hoofd tot je voeten, in elke cel, dat je de liefde zelf bent. De rijkdom, the treasure. Als je ziet, wat je daarvan maakt. Met andere woorden: je hele identificatie-huishouding, als je die vergelijkt met dat oergevoel, dan móet je je wel inferieur voelen!

B: Of ingestampt zijn.

A: Elke identificatie is erin gestampt. Want zelf ben je niet op dat idee gekomen. Wij zijn allemaal kleiner gemaakt, doordat wij zo groots waren als kind. Ik heb mij zelfs laten vertellen – wat ik een leuke psychologische gedachte vind – dat de dief, iemand die zich tot dief ontwikkelt, in wezen terughaalt wat hem als kind onthouden is. Want het kind heeft het gevoel dat de hele wereld hem toebehoort. Nietwaar? En dat is ook zo. En het wordt beschränkt. Ik vind dat een mooi woord, dat Duitse woord: beschränkt, einschränkung. Waarom? Omdat de ouders niet tegen de grootsheid van het kind kunnen. Oh, ze vinden het zo leuk, wat een schatje! Totdat het zijn grootheid manifest gaat maken. Dan zeggen ze: ‘Blijf hier vanaf!’ Alles moet beperkt, beperkt, beperkt worden. Dan wordt het kind in een harnas van identificaties geforceerd. En daar begint het lijden.

B: Een kind dat opgroeit in een gezin dat stijf staat van godsdienst heeft een slechte start wat dat betreft.

A: Een heel slechte start. Maar tegelijkertijd een goeie start, want het lijden is zó groot dat het wel moet zoeken naar iets anders.

B: Maar een kind dat bij verlichte ouders opgroeit?

A: Verlichte ouders krijgen geen kinderen.

B: Nee?

A: Nee, dat is gewoon geregeld. Alleen Gurdjeff, die had overal kinderen. Maar bij niet verlichte vrouwen. Een man en een vrouw die verlicht zijn, daar komen geen kinderen meer. Dat wil maar niet lukken. Er is gewoon geen fut meer voor dat soort dingen.

B: Wel daarvóór. Nisargadatta bijvoorbeeld, die heeft ook drie kinderen gehad, geloof ik.

A: Ja, het spijt me meneer. Daarvoor wel, ja. Maar daarna, nee.

B: Dus als je kinderen wilt, nu kán het nog.

A: Wanneer bij de man Zelfrealisatie plaatsvindt en hij wil nog kinderen, dan zal hij een vrouw moeten zoeken die geen Zelfrealisatie kent. Als dat wél zo is, dan gebeurt er gewoon niks. Het wordt helemaal niks.

B: Waarom eigenlijk niet, vraag ik me af. Waarom zou je geen kinderen nemen?
A: Kun je een lucifer die afgebrand is, nog aansteken? Als je geen andere lucifer hebt en geen vuur?

B: Betekent dan de onbevlekte ontvangenis … Ik dacht dat Jezus geboren werd uit een verlichte vrouw. Dat dát betekende: onbevlekte ontvangenis. Ik zou anders niet weten wat onbevlekte ontvangenis is.

A: Het is een lulverhaal. Kolder.

Andere bezoeker: kunnen we het nog even hebben over intelligentie die ontwaakt en de koppeling met nut?

A: Wat is nut? Wat geeft geluk?

B: Als je echt manifest kunt zijn zoals je bent.

A: Precies! Dat je ongehinderd je kunt manifesteren dus. Want elke hindernis van wat manifest wil worden wordt ervaren als onvrij en frustrerend. Hetgeen overigens niet betekent dat je maar doet wat je wilt. Want juist doen wat je wilt is per definitie onvrij. Want kun je niet willen? En kun je iets willen? Dus: per definitie onvrij! En vrije wil bestaat ook niet. Dat is allemaal geleuter. Je kunt vanuit die beingness en dat ontwaken van intelligentie zien wat natuurlijk bij jou past. En wat ik beweer is dat als álle mensen zo zouden leven, er een perfecte verdeling van beroepen zou zijn en dat alles zich perfect zou voltrekken.

B: En voor die tijd beredeneer je het allemaal?

A: Juist. En vanuit denken en vanuit valsheid en vanuit safe-stellen en vanuit weet ik wat allemaal. En daarom is bijna niemand gelukkig met het werk dat hij doet, met de mensen met wie hij leeft en met zichzelf niet, enzovoort. Omdat ze allemaal ontrouw zijn, ongehoorzaam aan de aard der dingen.