Geen producten (0)
Geen producten (0)
 

Notities - Jed Mckenna

€ 19,95
Op voorraad
Specificaties
Productcode NJ
Omschrijving

Van de inmiddels zeer bekende, maar geheimzinnige Jed McKenna verscheen eerder de trilogie over spirituele verlichting. Een trilogie over ontwaken, maar die leest als een roman. Deze boeken hebben vanwege hun controversiële inhoud heel wat stof doen opwaaien. Nog steeds weet niemand wie er achter het pseudoniem schuilt van deze Jed McKenna die een heel ander, provocerend licht op het fenomeen verlichting werpt dan we kennen.

Notities is een aanvulling op zijn trilogie. Ingedeeld per boek bevat het materiaal dat niet in de eerdere boeken is opgenomen. Daaronder: drie interviews met McKenna, een uitgebreide briefwisseling met een lezer, een verhandeling over boeddhisme, maar ook dialogen met de hoofdpersonen uit de drie boeken.

'Verlichting is absoluut. Er zijn geen gradaties of variaties in. Verlichting biedt geen ruimte voor interpretatie. Maar het belangrijkste is dat je verlichting zelf kunt verifiëren en dat je er volledig met je hersens bij kunt. Iedereen die het wil begrijpen kan het begrijpen. Je hebt geen leraren of bemiddelaars nodig. Het is er gewoon, open en bloot, voor iedereen die de moeite neemt om te kijken. Verlicht worden mag dan een zware dobber lijken, de theorie ervan is kinderspel.'

Heeft u de trilogie, of een van de delen gelezen, dan mag u dit boek niet missen!

ISBN: 9789077228623, Gewicht: 275 gram, afmetingen: 20x200x125 mm, 232 pagina's

 

Citaat uit het boek:

Voor Altijd Niets
Een post-apocalyptische nachtmerrie 


Drie minuten nadenken is genoeg om erachter te komen, 
maar nadenken is vermoeiend en drie minuten duren lang.

                                                            A.E. Houseman

 

Alhoewel mijn eerste openbaring samengevat kan worden als: de waarheid bestaat, lag het toch iets ingewikkelder. De keerzijde van de waarheid bestaat is: dit hier is het niet. 
Die eerste openbaring ontplofte in mijn geest als een bom, waarna ik helemaal alleen achterbleef op een planeet die veranderd was in een woestijn. Een planeet waar het diezelfde ochtend nog gekrioeld had van de mensen, problemen, emoties, geschiedenis, dramatiek en duizenden andere dingen die van het ene moment op het andere tot stof waren gereduceerd door de spirituele apocalyps die in één oogverblindende lichtflits mijn wereld in vuur en vlam had gezet.
Na die klap strompelde ik verdoofd en in shock door een post-apocalyptisch landschap waar sciencefiction schrijvers zich geen voorstelling van kunnen maken. Hele beschavingen waren vervallen tot windloze woestijnen. Steden zag ik als zwartgeblakerde kraters en mensen als schaduwen van rook. Wat ooit Aarde, Thuis, Het Mensdom, Familie en Het Leven waren geweest kon nu heel terecht Voor Altijd Niets worden genoemd.
Hoe was ik hier gekomen? Waar hier? Wat hier? Het kan niet zijn wat het lijkt, (alhoewel ik weet dat het dat wél is). Het kan niet echt Voor Altijd Niets zijn, (alhoewel ik weet dat het niet anders kan). Er moet toch ergens iets zijn, (alhoewel ik weet dat dit niet zo is). Ik moet zelf gaan kijken, er zelf achter zien te komen.
Waar zijn de mensen? De steden? Waar zijn de kerken? De beelden en iconen? Waar zijn de grote filosofieën en geloofssystemen? Die zullen het toch wel hebben overleefd? Hoe komt het dat ik hier helemaal alleen ben? Waar zijn de knappe koppen? Degenen die zo serieus, zo stabiel, zo stevig gegrond en zo onverstoorbaar leken? Zo echt? Waar zijn de mensen met hun sterke overtuigingen en complexe filosofieën? Waarom zijn die niet hier? Waar zijn de helden? Op een plek als deze zou je toch zeker dappere mannen en vrouwen verwachten. De allerbeste, aller-slimste, aller-dapperste, de meest toegewijde, de meest betrouwbare mensen verwacht je hier, maar waar zijn ze? Waar hebben ze hun sporen achtergelaten? Het kan toch niet zo zijn dat alleen ik hier ben? Er moeten toch ook nog anderen zijn? Ik kon niet geloven dat ik helemaal alleen was op deze troosteloze planeet, dus besloot ik om eens rond te gaan kijken.

¤

Ik wendde me tot de filosofie. Tot wat ooit bibliotheken vol waren geweest met de verzamelde wijsheid van het mensdom, met inbegrip van de oude Grieken en al die Europeanen van de laatste paar eeuwen met hun enorme verstand en grootse gedachten. Maar wat was daar nog van over? Weg, alsof het allemaal nooit had bestaan. Weggespoeld als zandkastelen op het strand. Het enige wat was overgebleven van al die Grote Geesten en Grootse Gedachten die ik had gehoopt aan te treffen was een blauwdruk van een bom die leek op de bom die de ravage in mijn wereld had aangericht: cogito ergo sum. 
Dus, vroeg ik me af, waar is René Descartes? Ik zou toch meer van hem moeten kunnen vinden dan die drie woorden. Maar nee. Ik ontdekte dat zelfs de vent die een dergelijke bom had gemaakt niet wist wat het betekende of wat hij kon bewerkstelligen. Hij schiep de bom maar heeft hem nooit in zijn eigen leven tot ontploffing gebracht.
Ik wendde me tot de godsdienst. Met elke godsdienst, gezindte, cultus of sekte zou ik tevreden zijn geweest; alles wat nog overeind stond in deze platgeslagen wereld zou een welkome en verrassende aanblik voor me zijn geweest, maar er was niets. Alle boeken, beelden, fraaie kleding en prachtige gebouwen waren in rook opgegaan. Geen steen stond nog op de andere. Ik was verbijsterd, maar niet verbaasd. 
Ik wendde me tot de esoterie en de new age, tot spiritualiteit en het oosterse gedachtegoed. Tegen die tijd waren mijn ogen zo gewend geraakt aan het heldere licht van deze nieuwe wereld dat ik bliksemsnel dingen in me op kon nemen, iets waar ik vroeger misschien jaren over gedaan zou hebben. Er waren nog meer mensen zoals ik, zag ik, maar heel weinig. Nu alle beunhazen in rook waren opgegaan kon ik ze gemakkelijker onderscheiden. Toch was ik niet hier om iets te leren, te krijgen of de baas te worden. Ik voelde er niets voor om student te worden. Ik had immers geen wetenschappelijk of theologisch doel voor ogen. Ik had geen hulpmiddel nodig. Leringen, filosofieën en geloofssystemen interesseerden mij alleen maar voor zover ik kon uitmaken of ze al dan niet de klap hadden overleefd, en dat zag ik al gauw. Ik wilde alleen maar weten of er nog iets overeind stond, maar veel was het niet. Niet helemaal niets, maar niet veel.
Toen het boeddhisme op mijn pad kwam verkende ik dat, maar het enige wat daar nog van over bleek te zijn was de diamant van het zenboeddhisme die verborgen lag onder een berg van as: de onware zen. Uiteindelijk zag ik heel helder dat de echte zen gewoon een andere naam was voor de bom, wat ik best wel interessant vond, maar er was niets meer dat nog opgeblazen moest worden.

¤

Al dit gezwerf over de verschroeide aarde was niet het einde, maar het begin. Ik moest nog beginnen aan het ontmantelen van mijn eigen, persoonlijke zelf, waar ik bijna twee jaar over deed, totdat ik belandde op een plek die Klaar heet.
Het gezoek in de buitenwereld is slechts één kant van de medaille. De andere kant is het innerlijke stuk, het langzame, pijnlijke afschudden van het zelf, laag voor laag, stukje bij beetje: de spirituele zelfreiniging. 
Sommige lagen van het zelf vallen gewoon af, sommige kun je in lange repen of hele kwabben weghalen, sommige moeten heel nauwkeurig chirurgisch verwijderd worden. Alles wat ik in de afgelopen decennia was geworden moest ik nu ontworden. Alles wat ik was, was geloof, dus moest ik alles wat ik geloofde niet meer geloven. Mijn nieuwe wereld was koud, helder en eerlijk, maar mijn hoofd zat nog vol overtuigingen, meningen, onware kennis en emotionele gehechtheden, gedurende een heel leven bij elkaar gebracht– heel die rotzooi en giftig afval waar het ego uit bestaat - en het moest allemaal weg. Dat is een heel proces, een proces dat tijd nodig heeft. De wereld mag dan wel in een flits vernietigd zijn, het zelf heeft wel een beetje meer tijd nodig om weggebrand te worden. Daar bestaan geen bommen voor. Er zijn geen fraaie Latijnse spreuken of mantra’s in het Sanskriet die het zelf snel en pijnloos kunnen vernietigen. Een realisatie, inzicht of openbaring waardoor het onware zelf in één klap wordt weggevaagd bestaat niet. Zij die beweren dat ze in een flits zijn ontwaakt, zijn nog het meest begoocheld van iedereen.
En toen was het tijd dat de berg weer een berg werd. De volgende tien jaar probeerde ik deze nieuwe wereld te begrijpen, geen-wereld waar toch nog geen-ik in leek te wonen. De wakende droomstaat. Alsof de harde compactheid van de wereld veranderd was in een glinsterend fata morgana. Ik zag nog steeds de wereld zoals ik die altijd had gekend, maar ik kon geen substantie meer vinden. Wat ik ook maar wilde aanraken, mijn hand ging er dwars doorheen. Waar ik ook maar aan dacht, het loste op in mijn hoofd. Naar wie ik ook keek, inclusief mezelf, ik zag door hem heen alsof hij van rook was. Als ik naar mijn eigen personage keek, dan leek het een gezicht dat je een seconde lang in een wolk kunt zien voordat het weer weg is.

¤

Mijn werkelijkheid is nu de ontwaakte, onwaarheid-ongedaan gemaakte staat, en die is voor mij hetzelfde als voor iedereen die hem heeft gerealiseerd. Hier zijn geen meesters of leerlingen. Geen leringen of geloofssystemen, geen hindoes, boeddhisten, jnani’s of advaitins, geen yogi’s of swami’s. Geen lichaamloze entiteiten, hogere energieniveaus of hogere wezens. Ontwaakt is ontwaakt. Heel de rest valt daarbuiten.
Met dit alles in het achterhoofd moet het gemakkelijk te begrijpen zijn dat mijn definitie van spirituele verlichting maar heel weinig speelruimte toelaat. Binnen de droomstaat zijn er talloze grijsschakeringen, maar tussen de droomstaat en de ontwaakte staat zijn helemaal geen schakeringen. Het verschil is absoluut: De waarheid bestaat. Onwaarheid bestaat niet.
Dit is de theorie van verlichting – de zuivere, binaire wiskunde van de waarheid, supereenvoudig, net zo gemakkelijk als een, twee, drie, maar zonder twee en drie. Zo simpel en vanzelfsprekend dat je je ogen moet sluiten en je kop in het zand moet steken om het niet te zien.
Om het niet te zien heb je in de eerste plaats een mechanisme nodig waarmee je een energieveld om je heen kunt opwekken, een kunstmatige micro-omgeving, een eenpersoons ruimtevaartuig met een interactieve film tijdens de vlucht die zo fascinerend is dat je vergeet dat je helemaal alleen in een lege ruimte rondzwerft, maar gelooft dat je in een wereld bent vol mensen, dramatiek en betekenis.
Wat precies het geval is.
Het mechanisme waarmee je deze prestatie, de wonderbaarlijkste die er bestaat, voor elkaar krijgt is een goed op elkaar afgestemde combinatie van emotie en verstand. Emotie geeft het energieveld kracht, Maya is het brein erachter, de film tijdens de vlucht heet Begoocheling en het ruimteschip waarin je doelloos door ‘Voor Altijd Niets’ rondzwerft heet Ego. 
En wat als die zeepbel uit elkaar spat? Als het ego vernietigd is? Als Maya overwonnen is? Wat dan?
Alles.
Wie dan?
Niemand.
Het zal nu gemakkelijk te begrijpen zijn dat een ware en complete spirituele leer in drie woorden kan worden overgebracht, en dat leringen die hele bibliotheken en legio geleerden met grijze baarden vereisen om ze te ontcijferen alleen maar voor nog meer duisternis en verwarring zorgen. Het zal nu duidelijk zijn dat er geen gevallen van instant verlichting bestaan en dat ontwaken niet het resultaat is van één openbaring, maar van een lange, moeizame tocht waarin elke stap een langzame, moeizame tocht is. Het zal nu ook voor de hand liggen dat alle dogma’s, geloofsovertuigingen, leringen en filosofieën enkel en alleen verschijnselen zijn in de droomstaat, zonder een onafhankelijk bestaan in de waarheid. En telkens wanneer we een leraar of lering, een boek of een spirituele of religieuze bewering onder ogen krijgen, zullen we onmiddellijk de juiste waarde ervan in kunnen schatten. Bij elke gedachte, overtuiging en emotie zullen we feilloos vast kunnen stellen wat echt is en wat gefantaseerd. En ten slotte zal het nu ook duidelijk zijn dat er voor wat betreft waar of niet waar geen ruimte is voor discussies en meningen. Er is een absoluut verschil.
De waarheid bestaat. Onwaarheid bestaat niet.

 

Recensie:

De eerste tip voor de lezer van Jed McKenna's werk: houd je niet bezig met de identiteit achter het pseudoniem. Sinds het verschijnen van zijn eerste boek in 2002 is de ware naam van McKenna onderwerp van menige verhitte discussie. Vooraanstaande leraren en schrijvers als Adyashanti en Ken Wilber worden genoemd en met evenveel verve door anderen weer van tafel geveegd. De onderliggende vraag is echter altijd of men de lessen van McKenna wel serieus kan nemen zonder te weten wie hij is. Een onzinnige vraag natuurlijk, want valt verlichting überhaupt te verifiëren? En is een zoeker daar de aangewezen persoon voor? Zinvoller is het om onder de loep te nemen wat McKenna tussen de regels van zijn romans (want dat zijn het tenslotte) te zeggen heeft.
In Notities lezen we fragmenten die zijn eerder verschenen trilogie (Spirituele verlichting? Vergeet het maar!, Spiritueel Incorrecte Verlichting en Spirituele oorlogvoering) niet haalden, plus drie interviews. In de fragmenten duiken verschillende bekende personages op met hun specifieke problemen, waarbij de insteek van McKenna niet wezenlijk verschilt van die in zijn andere boeken. Zo valt de term ‘spirituele autolyse' nog enkele malen (een door McKenna gepropageerde vorm van zelfonderzoek waarin men alles opschrijft wat men over zichzelf denkt te weten en die ‘kennis' vervolgens tot op het bot analyseert). De genadeloosheid waarmee men zijn eigen onwetendheid te lijf moet gaan, komt eveneens ter sprake en ook trekt McKenna weer van leer tegen de zelfingenomen spirituele zoeker die zich verschanst achter kennis uit de tweede hand.
Vertrouwen in andere goeroes en leraren heeft McKenna nauwelijks. Vooral degenen bij wie de verlichtingservaring kan worden teruggevoerd tot een enkel moment schuift hij als dwalers (zo niet charlatans) terzijde. Dat het zien van de eenheid plaats kan vinden tijdens ‘een wandeling in het park' (doelt hij hier op Tony Parsons?) vindt hij te belachelijk voor woorden. Ook het boeddhisme krijgt een veeg uit de pan. De nadruk op mededogen onthult volgens McKenna het oppoetsen van het ego met een nieuwe verheven conditionering. Verrassend is zijn pleidooi voor het gebruik van lsd als hulpmiddel op de weg naar verlichting. Al houdt hij daarbij een stevige slag om de arm (een pleidooi voor drugsgebruik ligt natuurlijk gevoelig), de lezer kan er niet omheen: lsd is een short cut die serieuze zoekers in elk geval dienen te overwegen.
McKenna heeft een meeslepende schrijfstijl en doorspekt zijn argumentaties met anekdotes en oneliners, waardoor hij zelden prekerig overkomt. Hierdoor vergeet je bijna dat wat hij je aanreikt niet erg substantieel is. Zo wordt zijn methode van de ‘spirituele autolyse' nergens goed uitgelegd; hij volstaat met "zoeken totdat alles duidelijk is" - een advies waar je niet veel mee kunt. In Notities ventileert de schrijver uitgebreid zijn verlichte kijk op de wereld, maar de weg naar die toestand blijft vaag, wat overigens niet wil zeggen dat er geen waarde in deze Notities schuilt. McKenna's grote kracht is dat hij je prikkelt om de onzin (spiritueel en anderszins) opzij te schuiven en eens ernst te maken met de grote schoonmaak van je denkpatronen. Een goed voorbeeld hiervan is zijn vergelijking van het ego met een luxueus penthouse. Je woont daar heel tevreden, tot er iets begint te knagen. In McKenna's voorbeeld wordt dat knagende gevoel gesymboliseerd door een beginnend brandje. Je ruikt de rook maar zit nog veilig, dus onderneem je geen actie. Maar na niet al te lange tijd is het brandje een waar inferno geworden dat ook je penthouse in lichterlaaie zet. Nu heeft je comfort al zijn aantrekkelijkheid verloren. Je staat op de vensterbank met beneden je een peilloze diepte, achter je de moordende vlammen. Talloze malen heb je uit het raam gekeken en overwogen de sprong te maken, maar nooit was de noodzaak zo duidelijk als nu. Wat doe je?
Een open vraag. McKenna voert je tot aan die vensterbank, maar of je springt of niet is aan jou.

Frans Hasselaar/InZicht