Geen producten (0)
Geen producten (0)
 

Vele wegen, een thuis - Jan van Delden

€ 32,50
Op voorraad
Specificaties
Productcode VW
Omschrijving

wat we wezenlijk zijn dat delen we (boek + dvd)

Jan van Delden is niet in een categorie in te delen.
‘Jan is verlicht’, volgens zoekers.
‘Jan jant’, volgens Jan.

In dit boek vertelt Jan van Delden over het Ene zonder tweede, over hoe alles zich afspeelt in jou, en hoe je zelf de verantwoordelijkheid draagt voor het richten van je aandacht op wat Jan ‘de Achterste Stoel’ noemt.

Je hebt de droom waarin je leven zich afspeelt immers zelf geschapen, een droom die steeds weer je aandacht komt stelen.
Jan wijst je hierop, keer op keer, neemt je af wat niet waar is en laat je de waarheid weer herkennen.

Ook legt Jan in dit boek verbanden tussen hoe er gesproken wordt in de Odyssee, de geschriften van Atmananda en Een Cursus in Wonderen,
Daarbij vertelt Jan dat ieder geschrift met een verwijzing naar Kennen, De achterste Stoel, God, Bewustzijn of hoe je het ook wilt noemen, even krachtig is. Het ene is niet beter dan het andere, simpelweg omdat er geen ander, of andere bestaat.

Als extra'tje bevat dit boek een dvd met opnamen van bijeenkomsten van Jan.
 
ISBN: 978-94-91411-08-3, formaat: 200 x 220 mm, uitvoering: gebonden/full colour, omvang: 160 pagina’s
 
Citaat uit het boek:
 

Toen ik samen met mijn man en jongste dochter op een warme middag in december 2004 een bijeenkomst bij Ramesh Balsekar thuis in Mumbay had bijgewoond, vroeg een Australische jongen of hij met ons in de taxi mee naar het centrum mocht rijden. Terwijl we langs de zwaar vervuilde zee reden, draaide de taxichauffeur het raampje dicht tegen de stank. ‘Voor jullie de eerste keer?’, vroeg de jongen. ‘Ik kom er nu voor de derde keer in vijf jaar, en hij zegt steeds hetzelfde.’ Die opmerking heeft meer impact op mij gehad dan ik toen kon vermoeden.

Thuis in Nederland treinde ik al een jaar of tien met regelmaat naar Amsterdam voor het bijwonen van satsangs van verschillende leraren. Langzaam maar zeker was het mij duidelijk geworden dat iedere leraar hetzelfde verhaal vertelde op zijn of haar eigen manier, steeds weer opnieuw. Soms stapte ik gefrustreerd de trein in, terug naar huis - gefrustreerd door de soms koude, kale boodschap zonder handvatten die me was voorgehouden. Was er dan niets wat ik kon doen? Nee, er viel niets te doen. Degenen die samen met mij naar zo’n satsang waren afgereisd, hadden daar geen problemen mee, maar ik bleef met een onbevredigend gevoel achter.

Toen ik in 2008 op YouTube naar een Byron Katie-filmpje keek, zag ik op die site ook Jan van Delden genoemd worden. Toen ik een YouTube van hem zag, werd ik onmiddellijk geraakt. Binnen een kwartier zat ik op de fiets naar de esoterische boekhandel om zijn laatste boek, Zelfrealisatie - Is dit nu alles?, te kopen. Even later zat ik naar de daarbij horende dvd’s te kijken. Voor mensen die mij goed kennen was dat nogal vreemd. Ik had vaak een vrij sceptische houding tegenover spirituele leraren, en ik was eigenlijk nooit echt warm gelopen voor een van hen, met uitzondering misschien van Francis Lucille, vele jaren eerder.

Uiteindelijk belde ik naar Frankrijk om te vragen of ik samen met mijn man naar een stilteweek kon komen die Jan op zijn landgoed organiseerde. Jan nam op en vroeg of ik iets te vragen had. Nou dat had ik wel: waar er een camping in de buurt was, want ik wilde niet tussen allerlei zwevers zitten! Dat is het begin van een verhaal waarvan ik de uitkomst toen niet had kunnen vermoeden - een uitkomst die vooral is bepaald door het niet aflatende geduld van Jan en mijn eigen grenzeloze honger naar inzicht en zelfkennis. Die maakten dat we ochtend na ochtend in gesprek bleven gedurende een periode van drie maanden (mei, juni en juli 2011). De gesprekken bestonden uit woorden die in Jans zeer eigen taal naar buiten kwamen. Ik nam alles op op I-pod. Vaak betrapte ik me erop dat ik alleen maar hoorde en niet luisterde. Juist op die momenten stelde Jan mij dan een vraag, en wist ik het antwoord niet. Ik dobberde mee op de woorden zonder de inhoud tot me door te laten dringen, behalve soms opeens, als zijn woorden me rechtstreeks raakten. Na elk gesprek ging ik de opnamen uitwerken en werd me langzaam duidelijk waar het die ochtend over was gegaan. Vaak zat ik hardop te lachen. Als ik de gesproken tekst vervolgens ging bewerken tot goed leesbaar Nederlands, was ik verbaasd over de inhoud. Was dat allemaal gezegd? Jan had vaak hetzelfde. Het resultaat van dat alles is dit boek, een berg letters waar je van kunt maken wat je wilt.

Voor wie zich, na dit boek te hebben gelezen, nog afvraagt waar ik nu zo door geraakt werd toen ik in 2008 Jans dvd zag: dat was zijn openheid, zijn grenzeloosheid. Eindelijk was er iemand die alles leek te durven zeggen en doen, terwijl hij tegelijkertijd toegaf dat hij verlegen en onhandig was. Iemand die je vriend wilde zijn, maar ongrijpbaar bleef; iemand die met je meebewoog en je zachtjes op het juiste moment voor het blok zette. Wie Jan nu eigenlijk is, doet er niets toe, want Jan is uitgegumd. Hij is fascinerend door zijn niet-Jan-zijn. Hij is al dood terwijl hij nog leeft, maar zijn woorden zijn een schat die bewaard moet worden. Al is het alleen maar voor mij.

Lucy Auch
september 2012


Inleiding


‘Wees maar wat je als kind al was. Durf niets te zijn, en tegelijk toch midden in de droom. Ontspan. Zie dat alle mensen zoeken naar liefde, maar zie ook dat ze die niet kunnen vinden, en dat ze daardoor lijden. Jij kan ze genezen door ze te doorzien als niet waar; door te zien wat ze werkelijk zijn: de ene liefde.’

Hoe vaak op een dag voeren we niet dezelfde handeling uit? En zit er in die handeling eigenlijk wel een gedachte? In Nederland gebruiken we gemiddeld per persoon per jaar 160 plastic tasjes, alleen maar omdat we ‘ja’ blijven zeggen tegen de verkoopster. Volgens het Guinness Book of Records is Yesterday van The Beatles meer dan 1600 keer gecoverd. Iedereen kent het, het is vertrouwd, en je zingt het liedje in alle versies mee. Van soaps kunnen we maar geen genoeg krijgen, juist vanwege hun vaste karakters en verhaallijnen. Een zich herhalende droom heeft veel meer kracht dan een droom die maar één keer voorkomt. Als je zon en maan vaak genoeg hebt zien komen en gaan, weet je dat ze altijd weer op zullen komen als ze zijn ondergegaan. Het bekende Droste cacaoblikje laat steeds weer hetzelfde plaatje zien, maar neemt je wel steeds dieper mee dat plaatje in. De kracht van de herhaling gebruiken we al ons hele leven, en we blijven hem gebruiken, want alleen zo kunnen we ons iets eigen maken.

De spirituele leraren van deze tijd proberen de essentie van het ‘niet-twee’ zichtbaar te maken voor de zoeker die daar naar op zoek is. Waar ze naar proberen te verwijzen is dat er maar één ‘ding’ is. Daarom kunnen ze maar één ding vertellen. Ook Jan van Delden zegt steeds hetzelfde. Alle ‘leraren’ doen dat. Strikt genomen is er niet eens iemand die het vertelt; ook Jan niet, maar er komen wel ‘gevleugelde woorden’ uit zijn mond tevoorschijn.

Vele wegen, één thuis gaat over het Ene zonder tweede. Het bijzondere aan dit boek is dat het op een bepaalde manier grensverleggend is omdat het Ene niet alleen belicht wordt vanuit Jans visie, maar ook aan de hand van de gevleugelde woorden die door ogenschijnlijk andere stromingen zijn voortgebracht. Want het Ene kan in alles herkend worden. Dat is misschien wel het belangrijkste dat Jan mij geleerd heeft. Zijn woorden doorbraken voor mij het idee dat er grenzen zijn. Alles wat jij hebt, zegt hij vaak, heb ik ook, ‘al is het maar zo’n klein beetje.’ Alles wat je bij een ander ziet, kun je ook bij jezelf zien, anders kun je het niet herkennen. Grenzeloze herkenning van jezelf in de ander kan niet anders dan leiden tot herkenning van het Ene.

In dit boek gebruikt Jan termen en begrippen die velen al van hem kennen: ‘achterste stoel’, ‘suizen’, ‘sneller schieten’, en ‘kennen & het gekende’. Ook komen er weer namen uit de door hem zo geliefde Odyssee terug. ‘Niets nieuws onder de zon’, zul je misschien denken. Toch bevat dit boek een belangrijk nieuw element, want Jan plaatst de begrippen nu in een breder kader. Het uitgangspunt is steeds geweest om de verschillende ogenschijnlijke wegen die afgelegd kunnen worden op weg naar verlichting zichtbaar te maken. En hoewel er geen sprake is van wegen naar verlichting, is er toch een verhaal over die wegen. Dat verhaal kan overal vandaan komen, of het nu gebaseerd is op de Atmananda Upanishad, de Odyssee, een Cursus in Wonderen of zijn eigen leraar, Wolter Keers. Jan is hier heel duidelijk over: alles is mogelijk!
‘Het ego zoekt verschillen, en gaat begrippen vergelijken uit de Odyssee, de Atma Darshan, de Cursus in Wonderen enzovoorts, en gaat dan zitten stoken, want dat is de taak van het ego. De uitnodiging is om steeds door al die verschillen heen het Ene te zien; hiermee bezig te zijn zonder iets te willen bereiken; de Waarheid steeds weer tot je door te laten dringen.’

De kracht die de illusie van een bestaan als persoon in stand houdt, is heel groot, en heeft daarom een soort tegenkracht nodig. In de ogen van Jan is je aandacht steeds maar weer op het Kennen richten misschien wel de meest bruikbare tegenkracht die je kunt mobiliseren, in de wetenschap dat het ego je voortdurend probeert te verleiden om alleen maar naar het gekende te kijken. Dat gebeurt op de meest subtiele manieren, want alles binnen het gekende is verweven met straf en dood. In alles zit de dood opgesloten, want alles verandert voortdurend. Op het moment dat er een kind wordt geboren, wordt daarmee ook de angst om het te verliezen geboren. Rijd je te hard, dan krijg je straf in de vorm van een bekeuring. Steeds raken we weer verstrikt in onze angst voor straf, voor de dood, voor het leven. Maar als er een ‘bereidheid tot verandering van standpunt’ is, zoals de Cursus in Wonderen het noemt, kan er een zwaartepuntkanteling plaatsvinden, die kan worden verankerd door herhaling.

Hiermee bezig zijn, zonder je te richten op een doel, zonder iets te willen bereiken, is waar Jan je toe wil aanzetten. Want het enige dat je kunt ‘doen’ is de Waarheid steeds weer tot je door laten dringen door de aandacht te richten op het onpersoonlijke/God/Eerste Oorzaak. Alleen zo is het mogelijk tegenkracht te bieden aan de wereld van de dualiteit die je steeds weer in de tegenstellingen trekt. Zoals Odysseus zich vastbond aan de mast om de Sirenen te passeren, zo kun je de aandacht op het onpersoonlijke richten op elk moment dat je de wereld van de dualiteit ingetrokken wordt. Sneller schieten noemt Jan dat: zodra je een oordeel herkent of een tegenstelling ziet (waarin altijd een oordeel zit), haal je je aandacht er vanaf en richt je hem op het onpersoonlijke, keer na keer na keer na keer. Jan nodigt ons uit om die tegenkracht te blijven inzetten en steeds weer tegengas te geven aan het gekende, en zo het vertrouwen in het Kennen groter te maken; om je van de kracht van de herhaling bewust te worden en de aandacht steeds maar weer op het Kennen te richten. Dat is ook wat de Atmanada Upanishad aangeeft: ‘Ook al heb je al eens werkelijk beseft dat Bewustzijn constant het geval is en dat jij zelf niets anders bent dan Dat, in de meeste gevallen is het zo dat er nog een geleidelijke inwerking nodig is van dit onmiddellijke Besef, net zolang tot het onomstotelijk is.’
In dat licht blijft Jan onvermoeibaar verwijzen naar het Kennen zelf, naar het feit dat er alleen NU is en dat er geen doenerschap bestaat. Je aandacht op het Kennen gericht houden noemt hij ‘slijmen met God’:
‘Dat betekent dus dat je steeds, wat er ook gebeurt, je aandacht op God (of de Eerste Oorzaak, de Achterste stoel) gericht houdt. Je houdt de aandacht gericht op de aandacht zelf. Slijmen met God is eigenlijk op een vriendelijke manier naar het Kennen zelf kijken, zodat je niet meer bang hoeft te zijn en je niet meer schuldig hoeft te voelen. Dat is wat de Cursus in Wonderen ‘de verzoening’ noemt. De stilte draagt de geluiden die komen en gaan, zoals alle ervaringen komen en gaan. De aandacht bij de aandacht houden helpt om problemen te omzeilen, om het onveranderlijke vast te houden en ervaringen niet echt meer serieus te nemen, ook al blijven ze zich ogenschijnlijk voordoen.’

Wat hierdoor langzaam ophoudt, is het gevoel van afgescheidenheid. Ook al gaat het dagelijks leven gewoon door, iets in dat leven verandert volkomen. Je leeft niet meer vanuit de persoon die je dacht te zijn. Het Kennen wordt moeiteloos herkend als je Zelf, in elke situatie.

In de teksten van Jan wordt de essentie van non-dualiteit voortdurend belicht, maar onvermijdelijk vecht de dualiteit weer terug in de taal. Het moge duidelijk zijn dat de tekeningen van Jan die in het boek staan niet bedoeld zijn als kunstzinnige hoogstandjes, maar daar waar de taal in gesprek tegenwerkte, juist als ondersteuning zijn gebruikt. Taal misleidt, want woorden die naar zelfstandigheden verwijzen, kunnen niet naar de essentie verwijzen. Een naam plakken op ‘iets’ wat van moment tot moment een andere vorm heeft, is in feite onmogelijk. Je zou het dichtst bij de werkelijkheid komen als je geen zelfstandig naamwoorden zou gebruiken maar slechts werkwoorden, of, zoals Jan voorstelt, door overal ‘zijn’ achter te zetten:
‘Het liefst zou ik overal ‘zijn’ achter zetten, omdat al die woorden verwijzen naar wat we zijn: ‘bewust-zijn’, maar ook ‘stilte-zijn’, ‘kennen-zijn’ , ‘hier en nu-zijn’, en ‘aandacht-zijn’. Het is voor mij onleesbaar als het er niet staat. Ons Zijn is wat het is, de rest geeft niets anders dan verschillende kenmerken van ons Zijn weer.’

Dit is een belangrijke aanvulling die je in gedachten kunt houden bij het lezen van dit boek. Er is, om de tekst goed leesbaar te houden, voor gekozen om de wens van Jan niet overal consequent door te voeren. De herhaling die in Jans woorden zit ingebouwd is echter wel bewust in de tekst verwerkt, omdat die zijn woorden extra kracht geeft. Al die woorden, in eindeloze varianten herhaald, vertellen uiteindelijk één ding: Liefde, kleurloos geluk, is wat je bent en wat gedeeld wordt.