Geen producten (0)
Geen producten (0)
 

Er was eens - Ramesh Balsekar

€ 15,95 € 14,50
Op voorraad
Specificaties
Productcode EE
Omschrijving

Het unieke onderricht van Ramesh Balsekar met verhalen en anekdotes

Ramesh Balsekar, gepensioneerd bankdirecteur, golfer en huisvader voldoet niet aan het beeld dat wij van een Indiase goeroe hebben. Maar juist door zijn achtergrond, zijn universitaire opleiding in Engeland en niet te vergeten zijn inzicht is Ramesh de uitgelezen persoon om de kloof tussen het oosterse en het westerse denken te overbruggen.

Na zijn pensionering ontmoette hij in 1978 zijn goeroe Sri Nisargadatta Maharaj, bij wie hij bleef tot diens dood in 1981. Op zijn sterfbed riep Nisargadatta tegen Ramesh: ' And now you speak!' en vanaf dat moment is hij gaan spreken.

Ramesh, inmiddels vijfentachtig jaar oud, ontvangt nog iedere dag bezoekers in zijn huis in Bombay, waaronder veel westerlingen. Op die bijeenkomsten maakt Ramesh veelvuldig gebruik van klassieke, oosterse verhalen en anekdotes om zijn inzicht over te brengen.

Dit boek bevat zijn meest gebruikte 'wijsheidsverhalen' uit verschillende tradities zoals het taoïsme, zen, soefisme, boeddhisme en hindoeïsme. Zoals Ramesh het zelf zei: 'Voor een ieder met belangstelling voor dit onderwerp is dit het meest nuttige vermaak in de stad.'

Ramesh zegt: 'We hebben het idee, een mentaal beeld, dat God altijd genadig is. De mens schept eerst zijn God en dan bidt hij tot hem. Vervolgens verwacht hij dat God niet alleen zijn gebeden verhoort, maar dat ze precies zo verhoord worden als hij wil.' 

Er is een verhaal over een man die boven op een berg rondliep. Hij gleed uit, viel en wist zich nog net aan de rand van de afgrond vast te houden. Zo hing hij daar. Dus riep hij naar de hemel: 'Is er iemand daarboven?' Er kwam geen antwoord. Daarna sloeg hij echt aan het bidden. 

'Is daarboven iemand die mij kan helpen, alstublieft?' Toen klonk er wel een antwoord: 'Ja, ik zal je helpen, maar je moet precies doen wat ik je zeg.'De man zei: 'Ja, ja. Ik zal alles doen wat U zegt.'

De stem zei: 'Loslaten.' Er viel een stilte. Een seconde. En nog een. Toen vroeg de man:' Is er nog iemand anders daarboven?'

ISBN: 978-90-77228-14-2, Formaat: 125 x 200, Uitvoering: paperback, Omvang: 160 pagina’s

Citaat uit het boek:

De basis

Een van de eerste dingen die ik tegen iedere groep zeg, 
is het volgende: alles wat ik zeg is een concept. Het is niet de waarheid. Ik zeg dat aan het begin omdat het heel goed zou kunnen dat wat ik te vertellen heb je aan zal spreken. Binnen vijf à tien seconden zal je denken zeggen: dit spreekt me wel aan, maar hoe weet ik of het waar is? Dus zeg ik maar meteen aan het begin dat het niet waar is! Het is maar een concept. Wat bedoel ik met een concept? Een concept is iets wat sommige mensen misschien aanvaarden en andere kunnen verwerpen. Iets anders met een concept is dat het op meer dan één manier kan worden geïnterpreteerd. Ik zal je een voorbeeld geven.

Een koning droomde dat al zijn tanden waren uitgevallen. Hij ontbood de hofastroloog. Die interpreteerde de droom als volgt: ‘Majesteit, dat is een erg slechte droom. Hij betekent dat al uw familieleden dood zullen gaan.’ Boos liet de koning hem in de gevangenis gooien. Daarna liet hij een andere astroloog komen. Die wist wat nummer één was overkomen en zei: ‘Majesteit, dat is een voortreffelijk voorteken. Het zegt dat u ouder zult worden dan al uw familieleden.’ 
De koning beloonde die astroloog.

Dus één concept kan op twee manieren worden uitgelegd. Daar is ook een grap over.

Er was eens iemand die altijd zei: ‘Het had erger gekund.’ Telkens als er iets gebeurde, kon je er bijna donder op zeggen dat hij: ‘Het had erger gekund’ zei. Op een ochtend kwam er een vriend bij hem op bezoek die zei: ‘Weet je wat er vannacht is gebeurd? Fred is onverwacht naar huis gegaan en daar trof hij zijn vrouw met een vriend in bed. Hij heeft ze allebei doodgeschoten en nu zit Fred in de bak.’ De man zei: ‘O, dat is vreselijk. Hoogst ongelukkig.’ Waarna hij eraan toevoegde: ‘Het had erger gekund.’ Dat antwoord ergerde de vriend. ‘Hoe bedoel je? Een vriend zit in de gevangenis, zijn vrouw en een ander zijn dood! Hoe had het nog erger gekund?’ De man antwoordde: ‘Nou, dat zit zo. Dit is afgelopen nacht gebeurd. Als het de voorgaande nacht was gebeurd, was ík dood geweest.’

Een concept is iets wat aan interpretatie onderhevig is. Daarom zeg ik: alles wat ik zeg, is een concept, niet de waarheid. Is er iets wat wel waarheid is en interpretatie ontstijgt? Dat is er inderdaad. Er is waarheid die door niemand ontkend kan worden en dat is het onpersoonlijke bewustzijn van het bestaan: ‘Ik ben. Ik besta.’ Dat onpersoonlijke bewustzijn van het bestaan schuilt in elk menselijk wezen. Niemand zal ontkennen dat hij bestaat. Een atheïst mag wel ontkennen dat God bestaat, maar niet dat hijzelf bestaat. Dat onpersoonlijke bewustzijn van het bestaan, ‘Ik ben’, is de enige waarheid. En die waarheid domineert in de wereld van de verschijnselen, in het leven zoals wij dat kennen. De bron maakt zich niet druk om de waarheid, want de bron ís de waarheid. Als een spirituele zoeker de waarheid wil kennen, neemt hij aan dat die voorbij het leven moet zijn of aan het leven voorafgaat, en daarom is de misvatting dat de spirituele zoeker het leven moet transcenderen wijd verbreid. Mijn concept is precies andersom. Ieder spiritueel concept dat niet verwijst naar het leven zoals wij dat kennen, stelt weinig voor. Dus is mijn eerste concept: ‘Ik ben’ is de enige waarheid, en ‘ik ben’ is het leven zoals wij dat kennen, ofwel manifestatie in werking.