Geen producten (0)
Geen producten (0)
 

Dansende Leegte - Adyashanti

€ 24,95
Niet op voorraad
Uitvoering niet leverbaar
Specificaties
Productcode DL
Omschrijving

Adyashanti, geboren in 1962 in Californië, komt uit de traditie van de zenmeesters Maezumi Roshi en Suzuki Roshi. Hij heeft vijftien jaar lang zen beoefend en kreeg tijdens een van zijn meditaties een verlichtingservaring die hem daarna niet meer heeft verlaten.
Zijn leraar Arvis Justi stelde hem toen voor om zelf te gaan spreken. 
De kracht van Adyashanti is dat hij op briljante wijze complexe materie helder kan verwoorden. 
Dit boek is een verzameling van zijn mooiste lezingen en gesprekken gehouden tussen 1996 en 2002. De volgende thema’s komen o.a. aan de orde:
• Het simpele geheim van gelukkig zijn
• De vreugde en uitdagingen van het spiritueel wakker worden
• Vrijheid, Stilte, Bewustzijn, Ego, Liefde, Illusie, Controle, Loslaten, Het eeuwige nu, Compassie, Het vuur van de waarheid.

Adyashanti houdt regelmatig bijeenkomsten in Canada en de U.S.A.
Voor meer info zie: www.adyashanti.org

“In zen bestaat het gezegde: ‘Wanneer de realisatie diep gaat, danst je hele wezen.’ Als realisatie volledig wil zijn, moet het de drie niveaus van hoofd, hart en gevoel raken. 
Je kunt een heel heldere verlichte geest hebben, maar je wezen danst niet. Dan, als het hart opengaat, tegelijk met de geest, begint je wezen te dansen. Dan komt alles tot leven. 
En wanneer je gevoel open gaat, is er die diepe, onpeilbaar diepe stabiliteit waarin die opening, die jij bent, is overgegaan in doorzichtigheid. Jij danst - de leegte danst.”

ISBN: 978-90-77228-57-9, formaat: 125 x 200 mm, uitvoering: gebonden, omvang: 352 pagina’s

Bestelling wordt verstuurd als pakket!

Citaat uit het boek:

Ontwaken

Het doel van het onderricht dat ik geef is verlichting – ontwaken uit de droomstaat van afgescheidenheid om de werkelijkheid van het Ene te realiseren. Kortom, mijn onderricht richt zich op realiseren wat jij bent. Misschien vind je ook andere elementen in mijn lessen die eenvoudigweg opkomen als antwoord op iemands bepaalde behoefte op dat moment, maar eigenlijk ben ik er alleen in geïnteresseerd jou wakker te schudden.
  
Verlichting betekent je bewust worden van wat je werkelijk bent en dat dan zijn. Realiseer en wees het, realiseer en wees het. Realisatie alleen is niet genoeg. De voltooiing van zelfrealisatie is zijn, en dat betekent handelen, doen en tot uiting brengen wat je beseft. Dit houdt heel veel in en is een geheel nieuwe manier van leven – leven in en als werkelijkheid, in plaats van leven volgens de geprogrammeerde ideeën, overtuigingen en impulsen van de dromende geest.
  
De waarheid is dat je al bent wat je zoekt. Je zoekt naar God, met zijn ogen. De waarheid is zo eenvoudig en schokkend, zo radicaal en taboe dat ze makkelijk over het hoofd wordt gezien als je zo druk bezig bent met zoeken. Misschien heb je in het verleden wel gehoord wat ik zei, en misschien geloof je het zelfs wel, maar mijn vraag is: Heb je het met je hele wezen gerealiseerd? Leef je het? 
  
Mijn spreken is bedoeld om je wakker te schudden, niet om je te vertellen hoe je nog beter kunt dromen. Je weet hoe je nog beter kunt dromen. Afhankelijk van je mentale en emotionele staat op dat moment, kan ik heel vriendelijk en mild tegen je zijn, of niet zo vriendelijk en mild. Misschien voel je je beter nadat je met me gepraat hebt, maar dat hangt samen met wakker worden. Word wakker! Jullie zijn allemaal levende boeddha’s. Jullie zijn goddelijke leegte, het oneindige niets. Dit weet ik omdat ik ben wat jullie zijn, en jullie zijn wat ik ben. Laat alle ideeën en beelden in je geest varen, ze komen en gaan en worden zelfs niet door jou opgewekt. Dus waarom zou je zoveel aandacht aan je verbeelding schenken wanneer je op dit moment de werkelijkheid kunt realiseren?
  
Denk nu niet dat ontwaken het einde is. Ontwaken is het einde van het zoeken, het einde van de zoeker, maar het is het begin van een leven vanuit je ware aard. Dat is een totaal andere ontdekking – het leven geleefd vanuit eenheid, belichamend wat je bent, een menselijke uitdrukking van eenheid zijn. Er is geen sprake van dat jij het Ene wordt; jij bent het Ene. De vraag is: ben je een bewuste uitdrukking van het Ene? Is het Ene zich bewust geworden van zichzelf? Herinner je je weer wat je werkelijk bent? En als dat zo is, leef je er dan naar? Leef je echt bewust als het Ene? 
Al mijn toespraken gaan over ontwaken of het leven erna. Waarover ik ook lijk te spreken, eigenlijk heb ik het over een van deze twee dingen. 

Voordat ik jaren geleden eindelijk mijn verlichting bereikte, was ik helemaal lijp van verlichting Je moet een beetje geschift zijn om serieus zen te beoefenen. Mijn leraar zei altijd: ‘Alleen de lijpen blijven.’ Een van de vormen die mijn gekte aannam was dat ik, voordat ik op zondagochtenden een paar uur met de groep van mijn leraar ging zitten, vroeg opstond, om vijf uur of half zes, en alvast ging zitten. Dan zat ik in een kamertje te mediteren en vernikkelde van de kou. 
  
Terwijl ik daar zat, op een van die ochtenden, gebeurden er twee dingen na elkaar, die heel paradoxaal leken. Als eerste een spontaan inzicht dat alles één was. Dat manifesteerde zich voor mij zo, dat ik in de voortuin een vogelgeluid, een getjilp hoorde, en er ergens in mij de vraag opkwam: ‘Wat hoort het geluid?’ Ik had deze vraag nooit eerder gesteld. Ik besefte plotseling dat ik even goed het geluid was als de vogel als degene die de vogel hoort, dat het horen en het geluid en de vogel allemaal manifestaties waren van één ding. Ik kan niet zeggen wat dat ene ding is, ik kan alleen maar zeggen: één ding. 
Ik opende mijn ogen en ik merkte dat dit ook in de kamer gebeurde – de muur en wie de muur zag waren hetzelfde. Ik vond dat heel vreemd, en ik realiseerde me dat wie dit dacht er ook een manifestatie van was. Ik stond op en liep door het huis op zoek naar iets dat geen deel was van het Ene. Maar alles was een weerspiegeling van dat Ene ding. Alles was het goddelijke. Ik liep de zitkamer in. Midden in een stap werd alles plotseling ontdaan van bewustzijn, of gewaarzijn, of het nu iets fysieks, iets lichamelijks of iets werelds was. 
  
In de tijd van één voetstap verdween alles. Wat ontstond was een beeld van wat eruitzag als een oneindig aantal geleefde incarnaties, alsof er een rij hoofden achter elkaar werden opgesteld, zover als mijn blik reikte. Het gewaarzijn besefte zoiets als: ‘Goeie genade, ik ben talloze levens met verschillende gedaanten geïdentificeerd geweest.’ Op dat moment besefte het bewustzijn – de geest – dat het zó met al deze verschijningsvormen geïdentificeerd was geweest, dat het tot aan dit leven echt dacht dat het een vorm was. 
  
Plotseling kwam het bewustzijn los van de vorm en was het zelfstandig. Het definieerde zichzelf niet meer als welke vorm ook, of het nu een lichaam, een geest, een leven, een enkele gedachte of een herinnering was. Ik zag dit, maar ik kon het bijna niet geloven. Het was alsof iemand even een miljoen in mijn zak stopte, en ik het er steeds uit haalde alsof ik niet geloofde dat ik het had. Maar het kon ook niet ontkend worden. Ook al bezig ik het woord ‘ik’, er was geen ‘ik’, alleen het Ene.
Deze twee ervaringen deden zich tegelijkertijd voor, de ene een paar momenten na de andere. Bij de eerste werd ik de eenheid van alles, en bij de tweede werd ik het bewustzijn of de geest die volkomen wakker werd uit alle identificaties, zelfs uit eenheid. Toen de eenheid wegviel, was er nog een basale wakkerheid, maar die had twee aspecten: ik ben alles, en ik ben volslagen niets. Dit was de bewustwording, de realisatie van het zelf.
  
Het volgende wat er gebeurde was dat ik een stap deed, gewoon een stap. Het voelde als de manier waarop een baby dat doet, wanneer hij zijn eerste goede stap zet en dan glimlacht en om zich heen kijkt als om te zeggen: ‘Zag je dat?’ en je zijn blijdschap ziet. Ik deed dus een stap en het was als ‘Wauw! De eerste stap!’ en nog een stap en toen nog een en ik bleef in kringetjes rondlopen, omdat elke stap de eerste was. Het was een wonder. 
  
Bij elke ‘eerste’ stap vloeiden vormloos bewustzijn en eenheid samen, zodat het wakker-zijn, dat zich altijd met de vorm had geïdentificeerd, nu in feite binnen de vorm bestond, met niets vereenzelvigd. Het keek niet via gedachten of herinneringen aan wat er eerst was, alleen via de vijf zintuigen. Zonder geschiedenis of herinnering, voelde elke stap als de eerste.
Toen ging de gekste gedachte door mijn geest – die ik na dertien jaar zenbeoefening nog altijd grappig vind – ‘O jee, ik ben net uit zen ontwaakt!’ Wat ik daarna deed was mij vrouw dit vreemde briefje schrijven, waar iets op stond als: ‘Gefeliciteerd. Het is vandaag mijn verjaardag. Ik ben net geboren.’ Ik liet het voor haar achter, en toen ik langs ons huis reed om naar mijn meditatiegroep te gaan, zag ik haar daar met het briefje in de hand staan zwaaien. Ik weet niet hoe, maar ze wist precies wat het betekende. 
  
Ik vertelde mijn leraar drie maanden lang niets over de ervaring, want dat leek zinloos. Waarom zou iemand dit moeten weten. Ik voelde geen behoefte het aan iemand te vertellen of gelukgewenst te worden. Ik had genoeg aan de ervaring zelf. Pas later hoorde ik dat mijn ervaring overeenkwam met waar mijn leraar altijd over had gepraat. Ik besefte dat dit ontwaken was waar het in iedere leer over ging. Die ervaring, die doorgaat en vandaag nog steeds dezelfde is, is werkelijk de basis van alles waarover ik praat.
  
Wanneer we echt gaan kijken naar wie we denken dat we zijn, worden we zeer gevoelig voor genade. We beginnen in te zien dat, al hebben we misschien allerlei gedachten, overtuigingen en identiteiten, deze ons noch apart noch samen vertellen wie we zijn. Er doet zich een mysterie voor: we beseffen dat wanneer we echt goed en nauwkeurig naar onszelf kijken, het eigenlijk verbazingwekkend is hoe wij mensen denken dat we volkomen overeenkomen met de inhoud van onze geest, gevoelens en geschiedenis. In vele vormen van spiritualiteit tracht men zich te ontdoen van gedachten, gevoelens en herinneringen – de geest leeg te maken, alsof dat een wenselijke of spirituele toestand zou zijn. Maar de geest leeg hebben is niet per se verstandig. Daarentegen heb je er meer aan door gedachten heen te zien en te onderkennen dat een gedachte maar een gedachte, een geloof, een herinnering is. Dan kunnen we ophouden bewustzijn of geest te koppelen aan onze gedachten en psychische toestand.
  
Met die eerste stap, toen ik besefte dat wat er door mijn ogen en zintuigen keek wakkerheid of Geest was, in plaats van conditionering of herinnering, zag ik dat dezelfde Geest door alle andere ogen keek. Het deed er niet toe of hij door een andere conditionering keek; het was precies hetzelfde. Het zag zichzelf overal, niet alleen in de ogen, maar ook in de bomen, de stenen en de vloer.
  
Het is paradoxaal dat hoe meer deze Geest of dit bewustzijn proeft aan zichzelf, niet als een gedachte, een idee of geloof, maar als een simpele aanwezigheid van wakker-zijn, hoe meer dit wakker-zijn overal wordt weerspiegeld. Hoe meer we uit lichaam, geest en identiteit ontwaken, hoe beter we zien dat lichaam en geest feitelijk slechts verschijningen zijn van diezelfde 
Geest, diezelfde aanwezigheid. Hoe meer we ons realiseren dat wie we zijn geheel buiten de tijd staat, buiten de wereld, en buiten alles wat er gebeurt, hoe mee we beseffen dat deze zelfde aanwezigheid de wereld ís – alles wat er gebeurt en alles wat er bestaat. Het is als twee kanten van een en dezelfde medaille.
  
De grootste barrière voor het ontwaken is het geloof dat het iets zeldzaams is. Wanneer je deze barrière opzij zet, of in ieder geval tegen jezelf zegt dat je eigenlijk niet weet of je overtuiging dat bewustwording moeilijk is waar is of niet, dan komt alles onmiddellijk tot je beschikking. Aangezien dit alles is wat er is, kan het niet zeldzaam en moeilijk zijn, tenzij we dat hardnekkig volhouden. De basis van dit alles is niet theoretisch maar een ervaringsfeit. Niemand heeft het mij geleerd en niemand kan het jou leren. 
  
Wat zo mooi is aan bewustwording is dat het gevoel van ‘ik’ die dat leven leidde er niet meer is wanneer je niet meer functioneert volgens je conditionering. De meeste mensen zijn vertrouwd met het gevoel een ik te zijn die dit leven leidt. Maar wanneer dit doorzien wordt, is de ervaring dat wat dit leven werkelijk drijft en bestuurt liefde is, en diezelfde liefde leeft altijd in iedereen. Wanneer zij zich door jouw persoonlijke moeilijkheden heen worstelt, raakt ze versplinterd, maar ze is er nog steeds. Niemand heeft deze liefde in eigendom. Iedereen is in essentie een manifestatie van die liefde. 
  
Je hebt momenten gehad in je leven, of je je daar nu van bewust bent of niet, dat je tijdelijk de ‘ik’ waarmee je geïdentificeerd bent, vergat. Het kan spontaan gebeuren als je iets moois ziet, of het kan ontstaan doordat je je ego vergeet. Mensen hechten meestal geen waarde aan deze momenten. Nadat je het ‘mooie moment’ hebt meegemaakt, neem je het vertrouwde gevoel van identiteit weer aan. Maar feitelijk zijn deze gelegenheden als kleine kijkgaatjes waardoor de waarheid wordt ervaren. Als je er naar uit gaat kijken, zullen ze je opvallen. Plotseling houdt de geest dan op zijn eigen verhaal te vervolgen. Misschien zie je dat jouw individuele identiteit of ik-gevoel even afwezig was en dat wat jij echt bent niet verdween. Stel je dan de vraag: ‘Wat is de echte ik? Als mijn identiteit even afwezig kan zijn en ik niet verdwijn, wat ben ik dan?’ of liever: ‘Wat ben ik wanneer ik wél verdwijn?’
  
Meestal wordt de geest geactiveerd in reactie op de vraag: ‘Wat ben ik?’ Hij begint erover na te denken tot echte intelligentie interrumpeert en zegt: ‘Wacht eens even – dat is weer denken.’ Dan kan er een hiaat komen tussen de ene gedachte en de volgende, en als je in dat interval heel aanwezig bent, breng je je vertrouwde identiteit niet meer naar buiten. Zodra er identiteit in het hiaat springt, voel jij je niet meer aanwezig. Niemand zijn brengt de geest meestal zo van zijn stuk, dat hij dat hiaat heel snel gaat opvullen. ‘Hoe kan het dat ik niemand ben?’ Maar om het op te vullen met iemand is zinloos. Als je echt wilt weten wat je bent, ervaar dan het interval, ervaar de openheid, en laat die zich ontwikkelen in jezelf. Er is geen betere manier om erachter te komen wat je bent.
  
Dan wordt spiritualiteit niet alleen echt, maar avontuurlijk en interessant. Je vraagt: ‘Deze openheid, deze aanwezigheid’ – noem het wat je wilt – ‘ben ik dat dan?’ Je begint te merken of aan te voelen dat je iets gaat begrijpen dat geen voortbrengsel is van denken, overtuiging of geloof. En wanneer je het tot je door laat dringen, dit wakker-zijn dat geen enkele identiteit heeft, is het verbluffend. In zen noemen we dit het ongeschapene; het is het enige dat je geest niet creëert.
  
Er is een prachtige parabel uit de Bijbel die zegt dat het gemakkelijker is voor een kameel om door het oog van een naald te kruipen dan het voor een rijkaard is om in de hemel te komen. Je trachten vast te klampen aan je identiteiten, zelfs als het de aller-spiritueelste, aller-heiligste identiteiten zijn, is als de poging een kameel door het oog van een naald te duwen. Ze zijn te grof, te groot, te onzuiver, te geconstrueerd om toegang te krijgen tot de waarheid. Maar er is één ding dat wel door het oog van de kleinst mogelijke naald kan kruipen. Ruimte, je eigen niet-zijn, kan er recht doorheen naar de hemel. Geen van ons kan ook maar een stukje ego-identiteit meenemen.
  
Geweldig is de ervaring wanneer we ons eigen niet-zijn geworden zijn. We beseffen ons zuivere wakker-zijn en zien dat wat we zijn zuivere Geest is zonder vorm. We onderkennen dat vormloze Geest de essentie is, de bezielende aanwezigheid van alles. Dan verkeer je in de hemel, omdat Geest en essentie bij iedere stap ons lichaam innemen. Dat is de ware betekenis van opnieuw geboren worden. Opnieuw geboren worden is niet alleen een grootse emotionele, religieuze bekeringservaring. Dat kan fijn zijn, maar dat is slechts het aantrekken van andere kleren. Opnieuw geboren worden is werkelijk opnieuw geboren worden, niet een nieuw spiritueel kledingstuk krijgen. Preciezer geformuleerd is het ongeboren worden, wanneer we beseffen dat dit eeuwige niets in feite dit leven leidt dat ‘mijn leven’ heet. 
 
Maar alleen dat je de waarheid beseft en spiritueel ontwaakt, wil nog niet zeggen dat jouw leven een eindeloos stijgende lijn van voorspoed zal zijn. Dat zou niet de vrede zijn die alle verstand te boven gaat. Zolang ons leven prettig is, is het gemakkelijk om vrede te hebben. Maar het leven doet wat het doet, als een oceaan in beweging. Of de golven hoog of laag zijn, ze zijn even heilig, en omdat je niemand bent, schaden ze je niet. In dit wakker-zijn zit de vrede die het verstand te boven gaat, en jouw leven hoeft het niet beter te doen. Het kan gewoon doen wat het leven doet: stromen. Het deert jou niet.

 

Recensie:

Adhyashanti werd geboren in Californië in 1962 en kreeg de naam Stephen Gray. Op zijn
negentiende begon hij zijn zentraining onder leiding van een leerling van Maezumi Roshi
en een leerling van Suzuki Roshi. Hij beoefende gedurende vijftien jaar intens zenmeditatie,
tot hij op basis van een aantal diepgaande ervaringen zijn ware aard realiseerde. Op uitnodiging van zijn leraar Arvis Justi begon hij daarna onderricht te geven. Dit lijvige boek is een verzameling van Adya's lessen, geselecteerd uit honderden dharmalezingen die hij tussen 1996 en 2002 gaf tijdens satsangs, weekendseminars en retraites. Er komen veel thema's aan bod, waaronder ontwaken, satsang, openheid, onschuld, stilte, bewustzijn en vrijheid. Volgens Adya is het doel van zijn onderricht ontwaken uit de droomstaat van afgescheidenheid om de werkelijkheid van het Ene te realiseren. Het gaat erom je bewust te worden van wat je werkelijk bent en dat dan zijn. Ontwaken is het einde van de zoeker, maar het begin van een leven vanuit je ware aard. In het hoofdstuk ‘Ontwaken' licht hij op fraaie wijze de parabel toe die aangeeft dat het makkelijker is voor een kameel om door het oog van een naald te kruipen dan het voor een rijkaard is om in de hemel te komen. Er is maar één ding dat wel door het oog van de naald kan kruipen, en dat is ruimte, je eigen niet-zijn.
Toen Adya een diepe bewustwording ervoer, ontdekte hij drie kenmerken: wijsheid, onschuld en liefde. Bewustwording ontsluit wijsheid, onschuld geeft je het gevoel dat het leven altijd weer nieuw is en de liefde die verschijnt is een liefde voor alles wat er is. Hij ontdekte dat het beter is om je niet op één ding te richten, maar alleen maar aanwezig te zijn, ofwel volledig ontvankelijk te worden. Zo zegt hij: "Deze staat van zijn heeft het kenmerk dat zij moeiteloos is. Een rustige geest die door concentratie bereikt is, wordt een doffe geest, niet een vrije geest." Adya waarschuwt dat een spirituele zoeker verslaafd kan raken aan spirituele roeservaringen en zo de waarheidservaring kan mislopen. De intellectuele component van deze verslaving is het geloof dat als je maar genoeg dergelijke ervaringen hebt, je je voortdurend fantastisch zult voelen. De spirituele roes wordt gevolgd door een spirituele depressie. Het komt erop aan niet meer te verlangen naar dergelijke ervaringen. Vrijheid heeft niets te maken met het laten voortduren van een bepaalde ervaring, omdat de aard van ervaring bewegen is. Een ander gevaar is het stellen van eisen. Hierover zegt hij: "Er is een eenvoudig recept om gelukkig te zijn. Laat gewoon de eis die je aan dit moment stelt varen. Hou op met vrede na te jagen en hou op met liefde na te jagen, en je hart vult zich. De verlichtingservaring is dat er niets hoeft te veranderen." Het laatste hoofdstuk bevat een interview met Adya over zijn zoektocht. Deze nieuwe publicatie is direct en eerlijk, vrij van zenjargon, soms confronterend, soms uitnodigend, maar steeds verwijzend naar de essentie. Zijn benadering van bewustwording is niet zozeer gebaseerd op het ontwikkelen van spirituele oefeningen, maar eerder op het ontmantelen van de persoonlijkheid.

Danny Senesael/InZicht