Geen producten (0)
Geen producten (0)
 

Alledaagse verlichting - Sally Bongers

€ 18,95
Op voorraad
Specificaties
Productcode AV-2
Omschrijving

Sally Bongers, een bekende Australische cineaste, deed over de hele wereld onderzoek naar ‘verlichte’ mensen voor een documentaire die zij over dit onderwerp wilde maken. In eerste instantie kwam ze terecht bij de bekende verlichte personen en leraren, tot ze haar focus richtte op ‘gewone’ onbekende mensen die een bewustzijnsverandering hadden doorgemaakt. Ze ontmoette mannen en vrouwen die eigenlijk nog hun gewone leventje leefden zoals ze dat deden voordat ze verlicht werden. 

Ze heeft veel verhalen gehoord, en in Alledaagse verlichting heeft ze de zeven mooiste en ontroerendste verhalen gebundeld. Wie deze mensen zijn, daar komen we niet achter, want Bongers wil hun identiteit niet prijsgeven. Deze getuigenissen maken duidelijk dat ‘verlichting’ iedereen zomaar kan overkomen, zonder dat je daar bepaalde spirituele eigenschappen of aspiraties voor hoeft te hebben. 

ISBN: 978-90-77228-46-3. Formaat: 125 x 200 mm, uitvoering: paperback, omvang: 152 pagina’s

 

Citaat uit het boek:

Totale vrijheid en totale anarchie

Y.S. Ik ben een vrouw, negenenveertig jaar oud en kunstenares. Ik woon in Amsterdam.
Ongeveer anderhalf jaar geleden, vond het ‘zien’ plaats, als je het zo kunt zeggen. Ik had gezocht en gezocht, gemediteerd, groepen gedaan, naar Osho geluisterd, al die dingen die iedereen heeft gedaan. 
En op een dag had ik met een paar heel goede vrienden gedineerd. We hadden erover gepraat hoe ik een paar jaar in een commune had gewoond, waar de slogan was: ‘Maak de wereld beter. Maak betere mensen.’ Daar streefde de commune naar. We hadden erover gepraat hoe belachelijk dat is – de wens om ‘betere mensen te maken.’ En toch is dat precies wat we al die tijd hadden geprobeerd.
En toen, op mijn fiets naar huis, overviel de waarheid me plotseling – het kwam echt heel hard aan – dat al mijn pogingen om een ‘beter mens’ te zijn volstrekt belachelijk waren. Dat was één ding.
De volgende dag reed ik naar Luxemburg, waar ik veel zaken had gedaan. Ik zat in de auto op de snelweg in België en ik reed hard; plotseling begon ik te huilen en te schreeuwen. Ik was zo boos omdat al mijn pogingen, mijn leven lang, om een beter mens te zijn zo futiel leken. Alles wat er in mijn leven gebeurd was. Ik was verschrikkelijk boos en ik schreeuwde het uit.
En toen, plotseling, werd de sluier weggenomen. Plotseling, te midden van al die beroering was het alsof er een sluier optrok. Hij trok op en ik keek in dit. God, ik krijg er nog steeds… Ik keek in dit en er was geen toekomst, geen verleden, er was nooit iets gebeurd. O God, het is nog steeds verbazingwekkend. 
Het is alsof… het was ongelooflijk. En tegelijkertijd bestuurde ik mijn auto. Ik zag dat er geen verleden was, dat er nooit een verleden was geweest en ik had dit ook altijd geweten. Dit was altijd zo geweest. Er was geen geschiedenis. Er was geen poging. Er was niets. Er was absoluut niets. Het was fantastisch.
En op dat moment was het eigenaardige dat ik niet eens dankbaar was. Ik was kwaad. Vanwege de grap die met me uitgehaald was. Mijn hele leven had ik zo mijn best gedaan – zoals wij allemaal – en gevochten, en plotseling was er niets te doen. Er was niets te zien. Daar was het. Alleen dit. Dit is het enige wat er is. Zo is het dus gebeurd. Er was geen doen – geen ik – alleen, het werd gezien.
En toen ging alles door. Ik bedoel het leven ging daarna gewoon z’n gang. Het was precies twee dagen voor een retraite met Tony Parsons. Ik ging naar de retraite, maar ik wilde eigenlijk niet gaan. Het was behoorlijk verbazingwekkend geweest wat er was gebeurd, en tegelijkertijd was er niets gebeurd – dus je doet gewoon wat je moet doen, auto rijden, met mensen praten en zo. En tegelijkertijd was het zien er.
Ik ging naar de bijeenkomst met Tony. De eerste avond was het heel vreemd. Ik keek naar hem – hij sprak in de groep – het was alsof de woorden die uit hem kwamen, uit mij kwamen. Er was geen grens, niets. Het klinkt als iets bijzonders of esoterisch. Dat was het niet. Het was alleen dat er helemaal geen grens meer was.
Het was alsof ik de woorden sprak. Niet dat ik hem was – niet op die manier. Het was meer dat de woorden die hij zei mijn woorden waren. Het was alsof de woorden die hij zei uit mij kwamen. Ik kan het niet verklaren. En het was niets esoterisch. Het was fantastisch. Op een bepaald moment stond er een vrouw op die ik al heel veel jaren bij de seminars had gezien – ze stelde de vraag die ze op alle bijeenkomsten al had gesteld – en plotseling zag ik dat het enige dat tussen haar en ‘zien’ in stond de gedachte was dat ze een persoon was. Dat was alles. Het was heel dun en ik wilde opstaan en naar haar roepen: ‘Jij idioot! Word wakker!’ Het is maar zo dun, zo gemakkelijk. En daar staat ze – ze ziet het – het is maar een sluier, dat is alles. Het was heel verbazend. Ja. 
Het is heel moeilijk om in woorden uit te drukken. Het zou iets esoterisch of geheimzinnigs lijken, en dat was het niet. Er was geen enkele gedachte. Er kwamen alleen woorden op, sprongen op of kwamen naar buiten. Precies op de juiste plaats, waar ze horen. Zoiets.
Toen dit alles gezien begon te worden, leek alles zo meerduidig. Wat me de eerste paar maanden dwars zat was dat alles zo ‘zowel dit als dat’ leek. Het leek heel natuurlijk en tegelijkertijd was het verbazingwekkend. Ik voelde ontzag en tegelijkertijd was het heel natuurlijk. Er is zo’n geweldige, geweldige schoonheid. Tegelijkertijd is het zo eenvoudig, zo natuurlijk en zo zonder emotie. 


Ik was eind twintig toen ik begon met mediteren. Omdat ik ongelukkig was, zocht ik naar een manier om gelukkiger te worden – een bevredigend leven te leiden. Daarom ging ik naar Osho. Ik ben een aantal jaren sannyasin geweest. Ik deed veel meditatiegroepen en ik woonde in een gemeenschap, waar ik ‘met mensen samenwerkte voor een betere wereld.’ Toen Osho stierf, stopte ik met sannyasin zijn. Ik gaf mijn naam en de rest op en raakte geïnteresseerd in Barry Long. Dat duurde een paar jaar. 
Op een bepaald moment had ik genoeg van alle leraren; ik ging op Aruba wonen, waar ik was geboren. Ik woonde er twee jaar en was helemaal en geweldig gelukkig, omdat er geen ouders in de buurt waren, geen vrienden die me zeiden wat ik moest doen, niets. Het was voor het eerst dat ik alleen maar ik was. Het was eigenlijk een gevoel van thuiskomen dat ik nog niet eerder had gehad. Ik maakte veel zogenaamde fouten en ik had een heerlijke tijd van feesten, zonder dat iemand zich ermee bemoeide. Zonder iemands oordeel of wat ook.
Hoe dan ook, ik ging terug en werd voorgesteld aan Tony Parsons. Dat was waarschijnlijk drie jaar geleden. Ik ging voornamelijk omdat vrienden van mij heel enthousiast waren. In het begin wilde ik daar eigenlijk niet zijn en ik dacht: ‘God, alweer een leraar.’ Maar hij is zo lief en zo normaal en gewoon. Ik begon te helpen bij de bijeenkomsten.
En misschien de tweede of derde keer dat ik daar was, werd ik zo boos en ik herinner me dat ik op een moment opstond en zei: ‘Ik wil dit! Ik wil dat jij het me geeft!’ Ik was heel boos dat wat hij zei zo eenvoudig leek en ik het niet snapte. Ik werd echt boos, woest. Ik wilde het hebben op dat moment. En het gebeurde niet, toen. Toen ik ophield met zoeken, en ik hield niet bewust op met zoeken, toen kwam het. 
Toen het ‘zien’ kwam, heeft het mij gevonden. Het vond mij. Er was geen doen, er was geen wens op dat moment toen het gebeurde. Het vond mij gewoon. Het is niet te geloven. Je kunt geen bewust besluit nemen dat je ophoudt met zoeken. Dus echt op dat moment toen ik heel erg wanhopig was; ik voelde me echt wanhopig over alles. Mijn liefdesleven, mijn relatie met mannen, was één grote frustratie en ik probeerde een ander mens, een beter mens te worden. En toen ik dat opgaf, kreeg ik bezoek. Zo is het niet, maar plotseling vond het mij. 
Toen dat in de auto gebeurde, zag ik dat het niets te maken had met alles wat ik daarvóór had gedaan, zoals meditaties. Al mijn zoeken was tevergeefs geweest. Al mijn gezoek, alle groepen, al het praten, al het schrijven was vergeefs, omdat je het niet bewust kunt willen of eisen. Zo werkt het niet. Maar het is er.
Wat mij betreft is het er altijd, maar de film gaat door. Ik kan dus nog steeds emotioneel worden over sommige dingen, ook merk ik dat het nu anders is. Het is alsof je alles verwelkomt. Alles is helemaal volmaakt voor mij, wat er ook gebeurt. Kom maar! Dat kan boosheid zijn, dat kan alles zijn.


De eerste maanden vonden er heel veel wonderen plaats. Er waren heel veel nieuwe manieren van zien – of plotseling zien. Al mijn overtuigingen werden stukgeslagen. De eerste paar maanden was het ‘zien’ heel explosief. Stukjes van de puzzel die op de juiste plaats vielen. 
Ik weet nog dat ik op de tram stond te wachten en naar mensen stond te kijken en plotseling zag dat er niemand was. Het was slechts een lichaam. Zo gaat het. Puzzelstukjes vallen op hun plaats.
Een paar weken geleden nog zat ik in de tram, toen er twee mensen instapten. Het waren dronkaards of junkies en mijn geest, de machinerie, begon met de oordelen: ‘Dat is geen goed leven.’ En plotseling verdween dat. Ik zag dat de ‘kwaliteit van leven’ intact was bij hen. Het kon het leven niet schelen dat deze mensen dronkaards waren. De zogenaamde ‘kwaliteit’ was precies dezelfde bij hen als bij mij of als bij de tram. Bij wat dan ook. Bij de auto’s. Het is leven. Dat heeft geen oordeel, of deze mensen dronkaards zijn of niet. 
Ik zag dat het slechts het denken is dat mensen graag iets toedicht. De oordeelsmachine gaat maar door, maar hij lijkt gemakkelijker of sneller te verdwijnen. Het is niet iets wat ik doe. Als de machinerie begint te oordelen, vind ik het best. Het stoort me niet. Het is fantastisch als ieder oordeel verdwijnt. Maar ook als er oordelen zijn, is het goed, weet je? In het grote verhaal is het niet van belang.


Het was heerlijk. Sommige dingen gebeurden vaak in het begin, zoals naar mezelf kijken, verliefd worden op dit (wijst op zichzelf). Dat was heel belangrijk, iets heerlijks. Verliefd worden op dit. Alles verwelkomen wat er gebeurde, alles. Verliefd worden op alles wat ik ben.
Vroeger, toen ik in therapie was, mijn leven lang wel denk ik, heb ik geprobeerd iemand te zijn, in alles, met vrienden, iedereen. En dat lost zich op of vervaagt. Ik hoef niet iedereen meer te behagen. En dat is mogelijk als je begint alles wat er in je naar boven komt te accepteren. Dat kan dus boosheid zijn, doet er niet toe, het is iets dat gewoon komt en gaat, en eigenlijk van geen belang is. 
Maar de basis is dat alles geaccepteerd wordt. Dat komt niet door mij. Ik doe het niet. Ik verwelkom niet bewust alles wat er omhoog komt. Dat is onmogelijk. Het is geen bewuste keuze voor wat dan ook. Het is een kwestie van verliefd worden op alles – op alles wat er verschijnt. Alle mooie verhalen in de wereld, wat het verhaal ook is – mijn eigen verhaal of jouw verhaal of het verhaal van de vloer – het is allemaal prachtig. Het is moeilijk te beschrijven.
En het is niet iets heilig. Dat was een van de dingen die me dwars zaten en nog steeds dwars zitten. Geen van de dingen waarvan ik dacht dat het dit was, was het. Al die boeken die ik heb gelezen. Mijn God! Alle discussies die we erover hadden of het luisteren naar de meesters. Dat is het allemaal niet. Het ligt zo voor de hand en is zo ongelooflijk eenvoudig. Er verandert niets en alles verandert.


De eerste paar maanden waren vol paradoxen. Maar dit is de eerste keer dat ik erover praat zoals ik nu met jou praat. Ik praat er met vrienden niet over. Ik praat er met niemand over. Ik vind dat heel moeilijk vanwege de taal, vanwege de angst het te verdraaien. Het is moeilijk voor me om erover te praten omdat er soms de gedachte is: ‘Het kan niet zo eenvoudig zijn.’
Dat gaat ook op en neer. Er kan twijfel zijn. Er kan van alles opkomen. Dat is het juist. Er kan van alles opkomen, maar daaronder is het weten. Het is zo eenvoudig. Accepteer gewoon alles wat er opkomt, hou van alles wat er opkomt.
Je kunt het niet vastpakken. Je kunt het niet begrijpen. Het zal jou vinden. Je kunt het niet krijgen en het is zo eenvoudig. Als je kijkt naar de bijeenkomsten met leraren, waar al die mensen komen die net als ik, elk jaar, elke keer, dezelfde vragen stellen. Geen stomme vragen, maar gewoon niet dit. Vragen die er niet toe doen. Er is een wens – natuurlijk zou je willen dat iedereen het zag, want dat zou fantastisch zijn. Ja. 


Telkens wanneer je wilt zeggen: ‘Ach, misschien bedenk ik het maar’, is dat een gedachte. Je begint die te benoemen, zoals we allemaal zo dolgraag doen. We zijn er dol op iets te benoemen en het in een zinvol hokje te plaatsen. 
Dat is een van de heerlijke dingen hiervan. Opgeven. Wanneer je opgeeft dat je verlangt dat wat er is, anders is. Maar per slot van rekening kun je dat niet wensen of verlangen. 
Je kunt dat niet tot stand brengen. Wat dat betreft is het misschien triest dat we allemaal moeten zoeken en lezen. Ik voel nu een zekere bedroefdheid; ik zou willen dat jij het ook zag. 
Ik begrijp helemaal niets van het leven. Dat hoeft ook niet. Het is zinloos. Mij lijkt het dat er niet speciaal een betekenis in zit. Er is geen doel. Het is echt alleen maar vreugde. Nee, ook dat is niet waar. Het is slechts wat het is, en dat kan vreugde zijn, of angst, of boosheid of wat dan ook. 


Een woord dat vaak gebruikt wordt, dat ik veel hoorde, is ‘gehechtheid.’ Ik voel me minder ‘gehecht’ aan welke emotie ook die door me heen gaat, door me heen zou kunnen gaan. Vroeger kon er angst opkomen en zich aan deze persoon hechten en dan zei ik: ‘Ik ben zo bang.’ En nu is het niet iets bewusts, maar er kan angst ontstaan en dat is goed. En zelfs als het niet goed is, en als ik het vreselijk vind en denk: ik wil deze angst niet, dan is het ook goed. Er kan van alles opkomen. Daar wordt niet meer tegen gevochten. Er wordt nergens tegen gevochten. En als er sprake is van vechten? Dat is oké. Zelfs vechten of tegenstand bieden aan de emotie vind ik oké. 
Vroeger dacht ik dat ik niet mocht oordelen, want ik wilde een heilige zijn en ik dacht dat het niet paste bij een zoeker om te oordelen – en natuurlijk oordeelde ik de hele tijd. En nu zie ik het anders. Oordelen betekent niets. Ik heb geen probleem meer met oordelen. En als ik een probleem heb met oordelen, dan heb ik een probleem met oordelen. Dat is ook goed. Oordelen zijn niet anders dan een emotie of wat er ook opkomt. Oordelen zijn geweldig, prachtig, laat ze er maar uit komen. Het doet er niet toe. Ik oordeel. Dat lijdt geen twijfel, ik oordeel inderdaad, maar het kan me niet schelen. En als het me wel kan schelen – soms kan ik me er wel schuldig over voelen – dan voel ik me er maar schuldig over. Het is precies hetzelfde als met de boosheid. 


Ik ben het afgelopen jaar heel druk geweest om in mijn bestaan te kunnen voorzien, dus dat is eigenlijk niet zo goed voor de creativiteit. Vroeger, toen ik me heel erg door emoties liet leiden, stonden al deze dingen (wijst naar kunstwerken) voor emoties. Dat is op een of andere manier veranderd. Ik weet niet wat er zal gebeuren, maar het is anders. Ik heb helemaal geen kunst gemaakt, eigenlijk, het is veel kalmer. Ik weet niet wat het zal brengen maar het is wel veranderd. Ik was vroeger eigenlijk meer met kunst bezig dan nu. Maar nogmaals, het doet er niet toe voor mij, want ik zie wel wat er gebeurt en hoe het zich ontwikkelt. Maar het is anders.
Dit is iets (wijst naar een kunstwerk) wat nog maar een begin is, maar het is veel kalmer en stiller en op die manier is het dus anders. Ik heb eigenlijk geen emotionele uitbarstingen meer. Ik weet niet hoe dat werkt. Ik denk dat het door gehechtheid komt. Als je alles verwelkomt, kan het gemakkelijk en snel komen en gaan. En dat heeft invloed op het maken van kunst. We zien wel wat er gebeurt. Ik ben benieuwd. Ik verheug me elke dag op wat deze dag zal brengen. En dat kan net zo goed verveling zijn. Dat is ook iets dat verdwenen is. Ik heb nergens meer verwachtingen over. Ik verwacht niet dat het een grootse of heerlijke dag wordt. Ik verwacht niet dat ik vandaag een meesterwerk ga maken. Ik verwacht niets.


Ik spreek er niet over, dus op het ogenblik ben ik nog bezig het in mijn leven te verwezenlijken en me erover te verwonderen en ervan te genieten. Het is niet zo dat ik er niet over wil spreken, maar ik heb ook gemerkt dat mensen gek zijn op het verhaal. We houden allemaal van ons eigen verhaal, dus ik kan er soms heel koel over doen of het afbreken. Dat houdt me dus vaak tegen. Het viel me net op dat je het soms wel wilt uitschreeuwen. 
Dat baart me vaak zorgen – als je het begint te benoemen. Een soort angst om je te bemoeien met iemands leven, met hun zienswijze of iets dergelijks. Ik zou er de voorkeur aan geven iedereen in zijn waarde te laten, ook zoals hij de dingen ziet. We zijn als schepsels volkomen vrij en dat vind ik het mooie. Voor mij is dit totale vrijheid en ook totale anarchie. Ik ben geen deel van een groep. Ik leef zoals ik leef – mijn normale leven en dat is precies wat ik doe. Religie heeft hier niets mee te maken. Dat werd voor het eerst gezien toen ik begon te ‘zien.’ Al mijn ideeën waren misvattingen – over religie, over hoe ik hoor te leven, over hoe jij hoort te leven. De wereld is misvatting. 
Als ik er een naam aan moet geven is het totale vrijheid. Totale vrijheid om alles te laten opkomen wat er komt. Het is totale vrijheid om te zijn wie je maar bent en het personage dat je bent te accepteren. Het is totale anarchie. Het is totale vrijheid en totale anarchie.
Als er in dat leven regels gevolgd moeten worden, volg die regels dan maar. Dit is het hele lastige onderdeel. Mensen vragen altijd op bijeenkomsten: ‘Ja, maar als ik iemand vermoord, wat dan?’ Kon men maar begrijpen, kon men maar echt zien dat dit een heel groot spel is waarin alles kan gebeuren of kan ontstaan. Ik denk dat dit iets is wat mensen eigenlijk niet willen horen. Angst dat je mensen zou kunnen vermoorden is een kwestie die voortkomt uit gehechtheid. Het zijn maar ideeën. Het is allemaal gelul. 
Niettemin blijkt, als je naar het nieuws kijkt, dat mensen elkaar vermoorden. Dat gebeurt en het zal, in mijn visie, altijd zo zijn. Er is geen betere wereld die we ooit zullen krijgen. Ik dacht vroeger dat het doel was dat iedereen verlicht werd. Nou ja, dat is niet zo. Er is geen doel. Er is geen bedoeling. 


Ik zeg trouwens niet dat ik niet zou huilen als mijn kat doodgaat. Natuurlijk is er in dit lichaam nog steeds gehechtheid. De angst heeft te maken met gehechtheid aan een lichaam. Het is heel lastig. Het is moeilijk omdat het volstrekt buiten het begrippenstelsel van onze wereld valt. In deze wereld zijn we zeer gehecht aan al onze dingen, onze mensen, onze vrienden, onze familie, en dat heeft niets te maken met dit, met leven in dit.
Het is elke dag een mysterie. Het personage blijft het personage, maar het personage kan evenmin omschreven worden. Je kunt niet zeggen: ‘Deze persoon zal nooit zus of zo doen,’ en dat is juist de pret. Dat is helemaal heerlijk. De vrijheid is elke dag: ‘Laat het personage zijn. Zich ontwikkelen. Zijn.’ En dat is vrijheid.
Dat is nog zoiets wat je mensen moeilijk kunt vertellen: ‘Er is alleen maar leven. Er is geen dood.’ Het lichaam kan wegvallen, maar leven is het enige wat er is. Leven zit in alles. Daarom is verdriet belachelijk. Dat is weer gehechtheid. Je koppelt leven aan dit bepaalde lichaam en dat is het. Maar het leven is altijd aanwezig, het zit in alles. Het is het enige wat er is. Je gaat nergens heen. Wanneer ik sterf of wanneer het lichaam er niet meer is, is dat het enige wat er gebeurt. Het lichaam verdwijnt. En dat geeft niet. Het is een voortdurend spel van leven. Het leven brengt voortdurend spelletjes voort die mensen kunnen spelen. Het brengt mensen voort, het brengt leuke ideeën voort en prachtige dingen, dat is alles. En zo zal het altijd zijn. 
In je leven zijn er bepaalde onderdelen waarvan je denkt dat ze je in leven houden of zoiets. Het is gehechtheid. Er is alleen en alleen maar leven. Er is niets anders. En dit alles is de manifestatie van dit leven. Alles, iedereen.
Ik herinner me nog iets wat er gebeurd is. In de eerste paar maanden zag ik alles dit ook weerspiegelen. Alles roept het ons voortdurend toe. Dat kan een woord zijn, het kan een liedje zijn. Alles roept het ons toe. We zitten hier nu. Alles hier roept jou en mij toe: ‘Dit is het!’ Ik kan het niet anders uitleggen. Alles in je leven dat zich voordoet is aan één stuk door een manifestatie van dit. Het probeert voortdurend je aandacht te trekken, niet alsof het een doel heeft, maar dat doet het. Als ik buiten loop, roept zelfs de straat me toe. Het is heerlijk.


Ik heb geen lichtflitsen of zulke dingen. Ik heb helemaal niet van dergelijke dingen. Dat overkomt deze persoon sowieso niet. Dat is de paradox. Het is heel gewoon, maar toch, telkens wanneer ik probeer het onder woorden te brengen, komt er iets als ‘energie’. 
Toen ik bij Osho was, vond ik hem een prachtig mens, maar hij stond ver van me af. Ik dacht dat ik zo iemand moest worden, een soort heilige, en ik dacht dat dit ‘verlichting’ was. Tony Parsons maakte het heel eenvoudig en gewoon, en dat heeft me mogelijk geholpen om het moment te herkennen. En er mee om te kunnen gaan. 
Toen het gebeurde was ik een paar maanden lang soms bang dat ik ook nog gek zou worden, maar dat gebeurde niet. Het is heel wat om in het lichaam op te nemen, maar de paradox is ook dat het volledig duidelijk en niets speciaals is. Volstrekt simpel, omdat het zo niet van de wereld is, van geen van onze meningen of opvattingen. 
Een andere beschrijving zou kunnen zijn: het was een soort volledige ontspanning, een volledig ontspannen in wat er ook gebeurde. En dat is fundamenteel. Ontspanning in wat er ook gebeurt. Verwelkom het, bemin het, maar zonder te doen.