Geen producten (0)
Geen producten (0)
 

Leven vanuit neutraliteit - Justus Kramer Schippers

€ 14,50
Op voorraad
Specificaties
Productcode LN
Omschrijving

Leven vanuit neutraliteit’ is geschreven voor iedereen die op zoek is naar inzicht in zijn eigen leven en antwoorden verlangt op levensvragen. Aan de orde komen o.a. de zin van het bestaan, schulden, vergeving, geluk, liefde, dood, geweld, reïncarnatie, enz. Er wordt afgerekend met negatieve emoties als schuldgevoel en slachtofferschap.

Deze uitgave is een herdruk van de nieuwe en uitgebreide editie van ‘Leven vanuit neutraliteit’. In 1997 verscheen de eerste druk, die de oosterse filosofi e Advaita Vedanta toegankelijk maakte voor de westerse geest. Aangemoedigd door talrijke reacties van lezers heeft de auteur toen de oorspronkelijke tekst bewerkt en uitgebreid met onderwerpen als seksualiteit, relatie, liefde, e.d. De non-dualistische en niet-oordelende kijk op de grote problemen van het leven spreekt kennelijk een grote groep lezers aan, hetgeen een constante vraag naar dit boek verzekert. De auteur is tevens vertaler van ‘Bewustzijn spreekt’ van Ramesh S. Balsekar, die Advaita Vedanta leringen naar de traditie van Ramana Maharishi en Sri Nisargadatta Maharaj begrijpelijk maakte voor de westerse mens.

ISBN: 9789073207769, 199 pagina's, paperback

 

Hoofdstuk: (on)vrije wil

Een van de filosofische vraagstukken is of er al of niet sprake is van een vrije wil. Laten we allereerst eens kijken wat de wil is. Met wil duiden we in het algemeen aan dat we een voorkeur hebben in een gegeven situatie, dat het ons een genoegen zou doen iets te hebben of juist niet te hebben (iets te doen of na te laten) en dat we een vermogen bezitten richting te geven aan ons leven op een door onszelf gekozen wijze. Met vrije wil wordt uitgedrukt dat wijzelf en niet iets of iemand anders, bepalen wat onze voorkeuren zijn, welke zaken we wel of niet wensen te verkrijgen en dat wijzelf en niet iets of iemand anders, ons leven richting en inhoud geven. De vraag is of dat kan?

U wordt weer uitgenodigd deel te nemen aan een gedachte-experiment. Stelt u zich eens een optimistisch, nieuwsgierig en ideeënrijk persoon met extravagante ambities voor. In zijn jeugdig enthousiasme heeft hij de volgende verlanglijst opgesteld:

  • Fietsen naar de maan
  • Sneller lopen dan een race-auto
  • In 2 dagen een medische studie volbrengen
  • Vliegen zonder hulpmiddelen.

Het zal duidelijk zijn. Weliswaar zou zo iemand een en ander (ogenschijnlijk) in vrijheid kunnen willen, maar de vervulling van zijn wensen wordt tegengehouden door evidente praktische wetmatigheden van de stof. Het is niet de bedoeling zaken nodeloos complex te maken door te stellen dat wellicht een dag iemand zonder hulpmiddelen zal kunnen vliegen, als onze collectieve overtuiging, die de inhoud van onze gehypnotiseerde werkelijkheid vormt, in die richting opschuift. Voorlopig zal elk weldenkend mens het ermee eens zijn dat er zonder hulpmiddelen niet gevlogen kan worden en dat een fietstocht naar de maan een vrij hopeloze expeditie is. In theorie zou iemand bizarre zaken kunnen willen en in beginsel lijkt hij daarin vrij te zijn. Toch wordt de vrijheid van de wil beperkt door de mogelijkheden van de realiteit. Zelfs de wens om naar de maan te fietsen kan alleen bestaan omdat er een maan is en de fiets uitgevonden is. Deze wens zou in de middeleeuwen niet zo geformuleerd kunnen worden, immers er waren toen nog geen fietsen. Kortom het willen wordt in eerste instantie beperkt door de mogelijkheden van de ons omringende werkelijkheid.

Een volgende beperking lijkt veel op de vorige en heeft te maken met de plek en het tijdstip waarop u op de aarde belandt. Een boerenzoon in de Pyreneeën maakt een behoorlijke kans in 'vrijheid' te kiezen voor een boerenbestaan. De zoon van een natuurkundige lijkt een grotere kans te lopen zelf natuurkundige te worden of astronaut. Als we onze beweegredenen ernstig beschouwen, dan zullen we moeten erkennen dat een groot gedeelte van onze 'vrije' keuzes, onze belangstellingen en ambities terug te voeren zijn tot verlangens en of gewaardeerde zaken van onze ouders. Menigeen kiest een beroep op grond van de goedkeuring of afkeuring door de ouders. Om dokter te willen worden, moet men tenminste in een omgeving opgroeien waar een positieve houding t.o.v. het métier bestaat. Kortom de omgeving waarin opgegroeid wordt, de verkregen stimulansen van ouders zijn in hoge mate bepalend voor iemands ambities. Natuurlijk zijn er denkmodellen die aangeven dat je je eigen ouders kiest, om daarmee het leven te leiden waarin je de grootste geestelijke ontwikkeling door kan maken of een belangrijke les kunt leren. Allereerst heeft niemand dit uit eigen directe ervaring meegemaakt, alle intuïtief verkregen informatie ten spijt. De kans dat zulke denkmodellen niet kloppen lijkt mij groter te zijn dan dat ze wél kloppen. Maar goed laten we omwille van de discussie even aannemen dat we wel onze eigen ouders hebben gekozen. De vraag die dan opkomt is: op grond waarvan, op basis van welke criteria is die keuze gemaakt? Wie heeft die criteria bedacht? En hoe is dat gebeurd? Het feit dat er een keus is gemaakt voor het ene ouderpaar en niet voor een ander duidt al aan dat er geen sprake is geweest van een vrije keus. Immers er is een keus gemaakt op grond van één of ander criterium, dat onze keus daarmee beperkt heeft. Kortom, als er al zelf voor ouders is gekozen, dan is daarmee nog geenszins aangegeven dat zulks op basis van een vrije wil heeft plaatsgevonden.

Maar laten we het niet nodeloos ingewikkeld maken en eens kijken naar een eenvoudig keuze vraagstuk. Heel praktisch en heel concreet. 'Vanmiddag ben ik naar het strand gegaan. Ik had evenzeer niet kunnen gaan en in bed kunnen blijven liggen. Niemand heeft mij gedwongen uit bed en naar het strand te gaan. Dan heb ik toch op het moment van de keuze een vrije wil om te kiezen voor het één of voor 't ander?' Hierin lijkt de vrijheid van keuze, vrijheid van handelen evident te zijn. Afgezien nog van hetgeen hiervoor gesteld is, n.l. dat je in deze keuze afhankelijk bent van de aanwezigheid van een bed en een strand, dat deze vrijheid sowieso al tot een zeer betrekkelijke maakt, kunnen we er nog het volgende van zeggen. Op enig moment viel een beslissing, i.c. uit bed gaan om naar het strand te gaan. Op grond waarvan is deze beslissing tot stand gekomen? In het spraakgebruik komt de uitdrukking voor dat " 'iets' deed besluiten etc.". Dit geeft aan dat 'iets' en niet de persoon in kwestie ervoor zorgde dat de beslissing werd genomen. Wat is nu dat 'iets'? Dat 'iets', die impuls kan niets anders zijn dan een gedachte, een beeld, een uitnodiging (die dus ook weer als gedachte bij de persoon in kwestie binnenkomt) gekoppeld aan pleasure seeking, pain avoidance. Dit is het mechanisme waardoor acties plaatsvinden. In ons voorbeeld is naar het strand gaan een aantrekkelijker gedachte, levert meer genoegen op dan in bed blijven liggen. Hoe vrij is deze keuze dan werkelijk? U wordt voor de keuze gesteld: of uw portemonnee afgeven of uw leven? Hoe vrij bent u? U houdt uw handen onder de kraan en er komt onverwacht gloeiend heet water uit. Wat doet u? En hoe vrij bent u daarin geweest? U, ik en iedereen is feitelijk een beer die op de hete plaat danst. Maar, kunt u tegenwerpen, er zijn ook momenten dat we een keuze hebben, maar beide alternatieven even aantrekkelijk zijn. Dan kan er dus niet gekozen worden. Maar niet kiezen is ook kiezen, namelijk voor uitstel van de keus, dat is ook een alternatief. Om daarvoor te kiezen geldt hetzelfde werkingsmechanisme. Kiezen voor niet-kiezen is dan minder pijnlijk, minder lastig en meer comfortabel dan wel kiezen. Wellicht wat complex, maar het basisbeginsel is zeer simpel.

Maar wat dan met onze eigen gedachte? Ik kan toch plotseling een ingeving krijgen op grond waarvan ik ervoor kies om in actie te komen? De vraag is dan alweer: waar komt die ingeving vandaan? Maken wij onze eigen ingevingen? Ik meen van niet. Mocht u toch menen dat u uw eigen gedachten en ingevingen maakt, dan is mijn vraag weer: Waarom maakt u nu juist die gedachte en niet een andere? Waarom maakt u nu juist die ingeving en geen andere? En op grond waarvan bent u tot de keuze van juist die gedachte gekomen? Op de laatste vraag zal dan zeker toch weer het werkingsmechanisme als antwoord komen: pleasure seeking, pain avoidance. Laat u zich overigens niet in de war brengen door de termen pleasure seeking/pain avoidance. U zou bijvoorbeeld kunnen stellen dat een moeder Theresa zich juist laat motiveren door het tegengestelde. Toch is dit niet waar. Als moeder Theresa 'kiest' voor zelfopoffering, voor persoonlijke armoede, voor het zichzelf in dienst stellen van de armen der aarde, dan doet zij dat omdat zij niet anders kan. Dit levert haar meer genoegen op dan op een andere wijze leven. Ook moeder Theresa, althans haar ego of wat daar nog van over is, is onderhevig aan het werkingsmechanisme pleasure seeking, pain avoidance. Het zou voor haar ondenkbaar geweest zijn anders te handelen in het leven dan ze deed. Om misverstanden uit de weg te nemen: deze passage is zeker niet bedoeld om moeder Theresa aan te vallen. Zeker niet, wel moet duidelijk gemaakt worden dat de ego's robotten zijn, die hun voorgeprogrammeerde activiteiten automatisch als een computer uitvoeren. Dat is geen verdienste en dat is ook niet slecht, noch verwijtbaar. Goed en slecht zijn alleen indelingen van het domein van het ego. Slecht moet je vermijden, want dat levert pijn op, goed moet je zien te krijgen, want dat levert genoegen op. Beide, pijn en genoegen, komen uit één en dezelfde bron. Waar het hier in dit hoofdstuk om gaat, is dat we inzien dat ons ego geen enkele vrijheid van wil of keuze heeft. Echter zou dan het leven absoluut niet spannend zijn. De idee dat we vrije wil hebben zorgt ervoor dat we ons identificeren met het ego. Die identificatie zorgt voor ons lijden, schuldgevoel, zucht naar erkenning, maar ook de spanning in ons bestaan. Zouden we afstand kunnen nemen van het ego, ons er niet langer mee identificeren, dan zou ons leven een stuk rustiger worden. We hoeven ons niet langer te laten plagen door schuldgevoel. Immers, wat er op enig moment in de wereld gebeurt, is het resultaat van mensenwerk (de acties van ego's). Zoals we al gezien hebben handelen die op basis van impulsen waar datgene wat we 'ik' noemen part noch deel aan heeft. Als ik geen controle heb over de aangereikte impulsen, gedachten, noch controle heb over het werkingsmechanisme pleasure seeking, pain avoidance, hoe kan ik dan nog verantwoordelijk zijn voor mijn daden? Maar de keerzijde van het verhaal is dat we dus ook anderen niet meer verantwoordelijk kunnen houden voor hun daden. En voor trots en erkenning is al helemaal geen ruimte. Het gevolg van dit inzicht is dat onze identificatie met het ego ophoudt te bestaan en dat het proces van leven vanuit neutraliteit zijn aanvang kan nemen. Pas op: dit laatste kan nooit op basis van ‘willen’ plaatsvinden, omdat het illusoire willen tot het domein van het ego behoort. Inzicht dat ontstaat, is als een geschenk dat zich onverwacht aandient.  

 

Recensie:

In Leven vanuit neutraliteit gaat Justus Kramer Schippers op onderzoek naar alles wat met het menselijk bestaan te maken heeft. Dit gebeurt met een meedogenloze helderheid en vanuit een diep inzicht. Het is het resultaat van een 30 jaar lange spirituele zoektocht. Aan de orde komen onder meer onderwerpen als Liefde, Dood, Seksualiteit, Ego en Emoties.

Hij beschrijft in heldere termen hoe het is om vanuit het standpunt van ‘neutraliteit' te leven, dat volgens spirituele tradities veelal aangeduid wordt als ‘verlichting' of ‘bevrijding'. Vanuit het standpunt van Neutraliteit leeft het leven zich onbelemmerd vanzelf, zonder weerstanden als gevolg van identificaties en emoties. Het is niet een of ander grootse theorie over het bestaan noch een gecompliceerde levensfilosofie. Integendeel: eenvoudiger kan de benadering niet zijn. Het is een nieuwe manier van Zijn, een nieuwe manier van Zien, die voor iedereen toegankelijk is. Dit leidt tot inzicht en acceptatie van het leven zoals het zich aan elk van ons voor doet. (uit: InZicht)