Geen producten (0)
Geen producten (0)
1 2
 

De levensdroom - Olette Luitwieler

€ 17,50
Op voorraad
Specificaties
Productcode LD
Omschrijving

‘Er is geen verkeerde weg die jij kunt inslaan. Er is helemaal geen weg. En er is geen ik! Alle schijnwegen zijn vrij en open en volkomen onschuldig. Het zijn glijbanen in je speeltuin, en je gaat ervan af omdat je het leuk vindt of omdat er een of andere drang opkomt om het te doen. En te doen en te doen. Als de dualistische bril van je neus valt, is alles vreugde zonder oorzaak.’

Je zou De levensdroom een universele ontdekkingstocht met een persoonlijke inkleuring kunnen noemen. Hoewel die tocht ten diepste nergens toe leidt, want we zijn nooit weggeweest, moet er – hoe paradoxaal ook – toch gelopen worden. Want hoewel we allemaal ontwaakt zijn, is het ik dit niet, en zal het ook nooit zijn of worden. ‘Niemand is een ik,’ aldus Olette Luitwieler, ‘toch ervaart iedereen zichzelf als een ik. Iedereen is al ontwaakt; is het ene Zijn. Maar dit weet hij niet zolang hij zichzelf als een ik ervaart.’

Dit ‘ik’ is een mentale constructie, aldus Olette, een schijnbaar middelpunt van ons bewustzijn. Een soort referentiepunt van waaruit wij denken te leven en naar de wereld, naar anderen en onszelf kunnen kijken en er iets over kunnen zeggen en denken. En omdat het ik schijn is, is alles wat hij meent te denken, voelen, willen, vrezen, kiezen en doen, ook schijn. Dat alles bestaat enkel als schijnhandeling van een schijn-ik in een schijnwereld. Het doorzien van dit schijn-ik is de ontdekkingstocht die Olette in haar boek op persoonlijke wijze beschrijft.

Omdat de ontdekking voor haar zo ontzagwekkend en waanzinnig was, en zo anders dan ze ooit had kunnen (be)denken, kon ze het niet laten erover te schrijven, waardoor ‘ik me nu aan iets krankzinnigs heb gewaagd als woorden geven aan iets wat niet te duiden valt, en het ik – het denken – proberen duidelijk te maken dat het zichzelf bovenmatig overschat.’

 

ISBN: 9789491411649, 120 pagina's, hardcover.

 

Uit het boek:
Het ik is op te vatten als een mentale constructie, een schijnbaar middelpunt van ons bewustzijn, een soort referentiepunt van waaruit wij denken te leven en naar de wereld en naar anderen en onszelf kunnen kijken en er iets over kunnen zeggen en denken (…)

Het ik droomt dat hij leeft en een leven heeft dat hij zelf (grotendeels) kan invullen en vormgeven. Hij maakt van zijn leven een chronologisch – dus in de tijd bestaand – min of meer causaal verhaal.
Maar hoe goed hij zichzelf ook met dit verhaal identificeert, en hoeveel waarde hij ook aan zijn eigen verhaal, of verzinsels of aan die van anderen hecht, wat hij is ontsnapt aan elk verhaal en aan iedere identificatie met zijn verzinsels.
Denken kan niet zien wat het ik werkelijk is en kan niet zien wat er werkelijk is. Denken ziet niet. Denken kan alleen maar denken (dat hij ziet).
We leven omdat we zijn, maar omdat we bijna voortdurend denken, leven we in een verbeelde wereld, in een droom. We dromen terwijl we denken dat we wakker zijn. Of: we leven in fictie terwijl we denken dat het echt is.
Merkwaardig, toch?
Merkwaardig en wonderlijk (…)
Zodra dit wordt gezien, wordt ook gezien dat leven helemaal geen ik nodig heeft om te leven. Sterker nog: het functioneert uitstekend zonder ikken. De bemoeienis van het ik heeft geen enkel nut, het belemmert de natuurlijke stroom van het leven en van mens-zijn eerder dan dat het iets toevoegt of van enig belang is voor het functioneren van de wereld.