Geen producten (0)
Geen producten (0)
 

Het gelukkige kind - Steven Harrison

€ 15,95
Op voorraad
Specificaties
Productcode GK
Omschrijving

Steven Harrison, auteur van o.a. Zoek geen antwoord, Doe niets en Eén-zijn in relaties richt zijn focus in Het gelukkige kind op opvoeding. In dit revolutionaire boek stelt Steven Harrison dat kinderen een natuurlijke aanleg hebben om te leren en dat we hen daarom meer vrijheid en erkenning kunnen geven in hun eigen opvoedingsproces. 
Creëer democratische leergemeenschappen waar kinderen in wisselwerking staan met elkaar, hun leraren en ouders.
Dit schept een saamhorigheid in de woongemeenschap, op de werkplek, in het land en uiteindelijk in de wereld.

In dit visionaire en sociaal kritische boek beschrijft Harrison niet alleen een totaal nieuwe kijk op opvoeding maar ook de mogelijkheid om op een andere manier naar onze families, gemeenschappen en werkplek te kijken, met als doel samen echt gelukkig te worden. De volgende thema's komen o.a. aan de orde:
   
- Leren en blijdschap
- Wie is de opvoeder?
- Leer met mislukkingen om te gaan
- Leer zonder angst
- Leren en gedrag
- Het individu en de maatschappij
- Vrijheid en verantwoordelijkheid
- De diepe kennis van 'niet weten'

Steven is de oprichter van The Living School in Boulder, Amerika, waar de principes uit dit boek worden toegepast.

ISBN: 978-90-77228-20-3, formaat: 125 x200, uitvoering: paperback, omvang: 192 pagina's

Citaat uit het boek:

Inleiding

In tijden van verandering beërven leergierigen de wereld, terwijl de geleerden bemerken dat zij uitstekend zijn toegerust voor een wereld die niet meer bestaat.

Eric Hoffer

In alle discussies over de beste manier om kinderen te onderwijzen, horen we niet vaak over een ander doel van onderwijs dan maatschappelijke plicht en voorbereiding van het kind op de wereld van de volwassenen. We horen niet veel over het kind zelf en bijna niets ván het kind.

Misschien is het enige dat het onderwijs zich ten doel stelt de voorbereiding van de jonge persoon op zijn rol in de grote samenleving. Dat is vast nuttig voor de samenleving, maar zien we bij de efficiënte productie van burgerwerkers niet een diepere betekenis en een hoger doel van het onderwijs over het hoofd? Vergeten we daarbij niet de geest van het kind, de unieke en broze uitdrukking van hartstochtelijk en geïntegreerd leven?

Dit boek gaat over heroriëntatie van het onderwijs, een radicale en fundamentele herijking van het doel van onderwijs. Kan onderwijs verschuiven van zijn huidige model waarin kinderen tot componenten van economische productie worden gevormd, naar een actief experiment om de creativiteit van het hele kind te optimaliseren? We zijn zo druk bezig geweest onze kinderen te onderrichten, dat we de kern van het onderwijs over het hoofd zien, namelijk: het scheppen van een gelukkig leven. Een gelukkig leven wensen we tenslotte niet alleen onze kinderen toe, maar onszelf ook.

Een gelukkig persoon, die is vervuld van zijn band met vrienden, familie, gemeenschap en de expressie van zijn roeping, zal waarschijnlijk nuttig en productief zijn in zijn leven en meewerken aan het weven van het collectieve tapijt van een functionele samenleving. Wat zou een samenleving anders van het onderwijs moeten verlangen dan het geluk van zijn bevolking? Wat zouden we anders van onze kinderen moeten verlangen dan hun geluk?

Misschien zijn we een tikje benauwd voor geluk. We zijn lang geleden uit die staat weg onderwezen en gekneed tot een reeks vaardigheden en een catalogus van informatie. Ons onderwijs heeft niet gediend om ons te vervullen, maar om te voldoen aan de productiviteitsbehoefte van de markt. Maar kinderen worden geboren met een volledig besef van creatief leven en gelukkig is creativiteit erfelijk: we kunnen haar makkelijk van onze kinderen erven!

In dit boek zult u maar weinig verwijzingen aantreffen naar studies van gedrag van kinderen, of onderzoek naar de wijze waarop ze leren. Er zijn geen citaten en ik verwijs slechts en passant naar deskundige onderwijstheorieën. Hoewel dit boek onderzoekt hoe je gelukkige kinderen kunt opvoeden en onderrichten, is het geschreven vanuit de veronderstelling dat kinderen een aangeboren vermogen voor geluk en leren hebben, een vermogen dat steeds meer wordt gebarricadeerd door de veelheid van deskundigen en hun theorieën. Dit boek is een poging om de mogelijkheid te onderzoeken om kinderen naar volwassenheid te laten groeien in relatie tot hun ouders, leeftijdgenoten, familie en gemeenschap, maar zonder tussenkomst van de mechanische en afstompende conditionering die we tegenwoordig onderwijs noemen. Uiteindelijk moeten we het hele leven onder ogen zien, als we het hele kind willen onderrichten.

Hoewel ik het op de navolgende bladzijden misschien dikwijls over kinderen heb, over hun creativiteit en expressie, heb ik dit boek niet voor kinderen geschreven. Die hebben dit boek niet nodig, of welk boek over hoe ze moeten leren dan ook. Maar voor ouders, verzorgers, onderwijzers en volwassenen die om kinderen geven, is het een grote uitdaging erop te vertrouwen dat kinderen in hun eigen tempo leren, op hun eigen wijze en onder voorwaarden van hun eigen keuze. Misschien is dit boek ook geschreven voor de jonge mensen die geen kind meer zijn en hun eigen leven beginnen vorm te geven, maar wel de last van verkeerd onderwijs waaraan ze zijn blootgesteld met zich meedragen.

Dit boek is voortgekomen uit het diepgaande onderzoek en de discussies die zijn voorafgegaan aan de oprichting van de educatieve gemeenschap The Living School in Boulder, Colorado. Toen we de ingewikkelde vragen over het opvoeden en onderrichten van kinderen, over autonomie en verwantschap en de versnipperde samenleving onder ogen kwamen, was het duidelijk dat de uitdaging die we voor ons hadden - een levende leergemeenschap te scheppen - ons naar terra incognita zou voeren; ongeacht de bewonderenswaardige voorbeelden die we konden vinden, van Waldorf tot Summerhill. Aanvankelijk was dat heel verwarrend en bestond er een zekere druk om dat onderzoek te laten uitmonden in een robuuste filosofie. Maar weldra deed zich het opbeurende besef voor dat de erkenning van het onbekende nu juist een wezenskwaliteit is die we proberen te belichamen in de leeromgeving die we de kinderen van onze gemeenschap per se willen geven.

Niet-weten is de expressie van de stuwende nieuwsgierigheid die we in de kinderen om ons heen zien. Ze voelen zich volslagen op hun gemak in de toestand van constant leren, waar wij volwassenen zo dikwijls een conclusie zoeken. In een leergemeenschap is geen conclusie en evenmin een beginpunt.

Er is misschien wel een gebouw dat school heet, maar dat is niet de ziel van de leergemeenschap. De essentie van de leergemeenschap is eerder de erkenning dat wij allen, jong en oud, delen in het open onderzoek van onze wereld, op alle manieren en capaciteiten die ons ter beschikking staan. Die relatie van openhartig leren is toevallig ook een relatie die bruist van blijdschap.

Talrijke mensen die betrokken zijn bij kinderen, zijn ernstig ontevreden over de scholen in onze samenleving. Nog meer mensen zijn niet zozeer ontevreden over die scholen, als wel verdoofd. Tenslotte hebben de meesten van ons die scholen doorlopen en kent men ze als de enige manier waarop onderwijs plaatsvindt. In ouders en volwassenen vinden we geen aanwijzingen over wat eraan scheelt of wat er moet gebeuren, maar wel in de kinderen die hun leven beginnen met zo’n explosie van belangstelling voor leren en creatieve expressie en die, na vele jaren onderwijs, te voorschijn komen als volwassenen die in hoge mate van diezelfde hoedanigheden zijn beroofd.

We kunnen ons makkelijk een andere mogelijkheid voorstellen: een mogelijkheid waarbij de natuurlijke nieuwsgierigheid en liefde voor het leven waarmee we beginnen in onze volwassenheid wordt voortgezet. Als mensen hebben we het aangeboren vermogen om het hele leven te omhelzen en te nemen zoals het is, en het tegelijkertijd te transformeren via de creativiteit die zo natuurlijk uit die openheid, aandacht en empathie voortspruit. We zetten kinderen met dat vermogen op de wereld; als we hen dat vermogen nu eens hun hele leven kunnen laten? Stel dat we erop vertrouwen dat de beweging van het leven, belichaamd in het kind, zich ontwikkelt tot en zich uitdrukt in een totaal andere manier van leven? Stel dat we hun de veilige haven van onze kracht en onze kennis van de wereld bieden, zonder te verlangen dat ze het leven net zo begrijpen als wij? Stel dat we hun vrijheid, respect en verantwoordelijkheid geven die in overeenstemming zijn met hun werkelijke capaciteit? Stel dat we deelnemen aan de eindeloze hartstocht van een leven van leren en relateren?

In een wereld van immense en complexe uitdagingen kunnen we met zekerheid zeggen dat we geen eenduidige antwoorden hebben gevonden. We hebben werkhypothesen, stopmiddelen, pleisters en een heleboel excuses, maar geen oplossingen voor onze wereldproblemen. We hebben wel een bron die we amper hebben aangesproken, en het is een opmerkelijke prestatie dat we erin zijn geslaagd om die bijna totaal te onderdrukken via onze openbare instituten en overheidsinstellingen. We beschikken over het menselijk potentieel voor immens creatieve en transformerende benaderingen van de uitdagingen van het leven, voor nieuwe vormen van leven en zijn, die welig tieren in het domein van de verbeelding en van de holistische overwegingen van het bewustzijn. Als er oplossingen bestaan, zullen ze worden aangetroffen in de ongebonden, onverdeelde expressie van een warm en bewust menselijk wezen dat geen eilandje is: het gelukkige kind dat is uitgegroeid tot een volwassene met een geïntegreerde intelligentie, wiens innerlijke en uiterlijke expressie één is, wiens denken geen meester maar onderdaan is, en wiens individuatie verbonden is met het hele leven.