Geen producten (0)
Geen producten (0)
 

Kennendheid - Alexander Smit

€ 19,95 € 17,99
Niet op voorraad
Specificaties
Productcode KA
Omschrijving

Alexander Smit, ooit door Jan Foudraine de 'Spion van God' genoemd, woonde en leefde in Amsterdam aan de Prinsengracht.
Hij was een leerling van Nisargadatta Maharaj en heeft de Advaita traditie van Nisargadatta op geheel eigen wijze voortgezet.
Net als Nisargadatta was Alexander in zijn omgang met 'leerlingen' niet gemakkelijk.
Op bijeenkomsten eiste hij volledige aandacht bij wat er zich voltrok en nam geen genoegen met halve of onduidelijke antwoorden op zijn vragen.
Alexander hield ervan om af en toe 'de knuppel in het hoenderhok te gooien' om vervolgens te zien wat voor effect dit had!
Dit boek is een bloemlezing uit Alexander's werk.
Het bevat fragmenten uit de nieuwsbrieven van de Advaita Foundation, uit het boekje 'Bloesems' dat na zijn overlijden in een beperkte oplage is uitgegeven, en tevens een selectie uit zijn boeken.
In dit boek komt Alexander's compassie, zijn directheid, maar vooral zijn humor duidelijk over in de geselecteerde teksten. 

ISBN: 978-90-77228-04-3, Formaat: 125 x 200, Uitvoering: gebonden, Omvang: 176 pagina's.

Citaat uit het boek:

Bezoeker: Is er nergens een ingang?

Alexander: Nee, er is nergens een ingang. Er is geen in- en geen uitgang. Je denkt dat er een ingang is. Dat is de waan van het zogenaamde spiritueel bezig zijn. Ik noem dat het ‘poezenmandgevoel’.

Bezoeker: Maar ik ervaar het zo!

Alexander: Je staat erop het als zodanig te ervaren. Want je bent niet bereid je poezenmand te verlaten. Ik zou het ook niet doen als ik jou was. Niemand gaat vanuit zijn luie stoel en/of vanuit zijn warme bed aan zelfonderzoek doen. Daar moet je dus uitgesleurd worden. Er moeten vaak heel ernstige dingen gebeuren voordat je wakker wordt. En een van de wetten is dat je nooit iemand wakker mag maken die niet wakker wil worden. Het is op verzoek van diegene die wakker wil worden dat er aan een soort proces van wakker maken begonnen wordt. Maar als iemand er de voorkeur aan geeft te blijven slapen, dan is er geen leermeester die je wakker zal maken.
Zelfrealisatie is sterven-per-moment. Het is het volmaakt synchroon lopen met het bestaan, met het hier-en-nu. Het loslaten van het bekende, het loslaten van alles wat te maken heeft met het gemanifesteerde. Dat vereist een totale inzet. Wie de dingen werkelijk in de gaten gaat krijgen wordt een gevaar voor de belangengroepen, voor de politici, voor de samenleving, omdat zo iemand totaal concessieloos is en zich niet laat manipuleren. Op geen enkele manier. En al die spelletjes van jullie, al die therapiespelletjes plus de hele bewustwordingsindustrie zijn er om het volk rustig te houden. Want als je daar eenmaal mee begint, is het eind zoek.

Marx had gelijk. Godsdienst is opium voor het volk. Absoluut! Ik ben tegen bewustzijnsverruiming. Ik ben tegen drugs. Ik ben tegen al die dingen waar jullie vóór zijn. Tegen religies, tegen filosofieën, tegen Bhagwan, tegen Krishnamurti, en ook tegen A. Smit. Waarom? Omdat jullie alles gebruiken als een spel ter meerdere glorie van het zelfbewustzijn, en dat is de absolute dood van de waarheid. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat jullie mij en de advaita daar ook niet voor zullen gebruiken. En ik zal niets nalaten om daar verandering in te brengen. Als je even goed kijkt, dan zie je dat het enige kapitaal dat je hebt nu-en-hier is. Voor de rest ben je absoluut bankroet. Het grootste geschenk is dat hier-en-nu-moment. Daar kun je niet uit. Mensen vragen weleens: ‘Hoe kom ik in het hier-en-nu?’ ‘Hoe kom je eruit?’ vraag ik dan. Je kunt er helemaal niet uit. Dat is het enige dat je hebt. Verwacht ook geen zelfrealisatie in de toekomst. Het is nu.


Bezoeker: Waar blijft het bewustzijn eigenlijk als ik doodga?

Alexander: Waar het nu is, nergens niet. Dus overal. Aan Ramana Maharshi werd ooit gevraagd: ‘Waar gaat u naartoe als u sterft?’ Toen zei hij: ‘Waar zou ik naar toe moeten?’ Toen Wolter Keers het tijdelijke voor het eeuwige had verwisseld, liet een helderziende mevrouw weten dat ze Wolter Keers ontmoet had ‘in de sferen’. Ze was hem tegengekomen ‘in de sferen’. En toen vroeg ik natuurlijk: ‘Wat zei hij?’ Ja, dat wil je dan toch weten, nietwaar? En ze antwoordde: ‘Ik vroeg: “Wolter, hoe is het daar?” en hij zei: “Hoezo daar?” Ik zei tegen haar: ‘Ja, dat was Wolter!’ Echt gebeurd. ‘Hoezo daar?’ Dat is typisch Wolter.


Geluk zit ‘m in heel kleine dingen: een hond die een stukje met je meeloopt, een paard dat je komt begroeten, de wind door je haar, een glinstering op de bomen, de geur van de aarde als het net geregend heeft, een baby die naar je lacht. Wat wil je nog meer? Dat is niet poëtisch. Dat is realistisch. Het gebeurt vlak voor je! Nog afgezien van alle tv-programma’s. En als je maar niets veroordeelt, worden de dingen steeds leuker. Je mag wel be-oordelen, maar je hoeft niet te ver-oordelen. Verwonder je over je lichaam, over het denken. Er zijn mensen die zichzelf helemaal gek kunnen denken en dan zeg ik altijd: zie het nu eens anders. Zie het als een ongelooflijk talent dat je hebt om zulke dingen te kunnen denken, om zulke maaksels, zulke spoken in je hoofd te bedenken! En dan beginnen ze te lachen, want dan denken ze: ja, zo heb ik het nog niet bekeken.


Nisargadatta zei altijd: ‘Wat jullie van mij vinden, interesseert me niet, want wat je vandaag van me vindt, kun je morgen weer veranderen. Ik ben geen gedachte in mijn hoofd en zeker geen gedachte in jouw hoofd.’


Ikzelf heb van nature een ongelooflijk berekenend denkvermogen. Op school al. Ik kan ijs verkopen aan een Eskimo. Ik kan zand verkopen aan een Arabier. Dat is een talent, dat is een gave. Ik kan u iets verkopen wat u helemaal niet wilt. Dat is het denken, en dat is ook leuk. Maar voor spiritualiteit heb je er niets aan. Als ik dat ontwikkelde denkvermogen niet had, zou ik dit werk niet kunnen doen, want ik moet kunnen inschatten, berekenen, timen. Ik moet op het juiste moment een prikje geven en op het juiste moment een doodsklap. Begrijpt u? Een goede goeroe, een goed leermeester is een handelsman.


Laat één ding duidelijk zijn, een goeroe die niet tegen het fatsoen zondigt, is geen goeroe. Dat is een heilige en dat is iets totaal anders. Fatsoen is niets anders dan gestolde angsten en verlangens in neurotische vorm. In essentie is het onfatsoen en angst, want zodra je een kans ziet onfatsoenlijk te zijn, grijp je hem. Dat zie je bijvoorbeeld als mensen een paar glazen wijn of bier op hebben. Dan worden er onbekommerd winden gelaten en er wordt om gelachen, remmingen vallen weg enzovoort. We doen dan dingen die we eigenlijk willen doen. De mens is onfatsoen plus angst. Zodra de remmingen weer hun vertrouwde plaats hebben ingenomen, krijgen we precies op datzelfde moment gevoelens van spijt en schuld. Vandaar dat mannen die een pleziertje buiten de deur hadden altijd thuiskomen met een cadeautje voor hun vrouw. Onthoud het, dames! Let op als hij thuiskomt met een cadeautje! Als een man bloemen meeneemt of chocolade of ineens vrolijk is en heel lief gaat doen, is er iets mis. Vrouwen weten dat; ze voelen dat gelukkig heel goed aan.

Schuld is de creatie van een stel boeven. Schuld is een maaksel dat helemaal niet bij de mens hoort. We zijn er zo door en door mee besmet, dat we het zelfs als strategie gebruiken om onze zin te krijgen door de ander schuldgevoelens op te dringen. Wat is een hysterische persoonlijkheid anders dan iemand die een ander steeds het gevoel wil geven dat hij/zij de schuld is van van alles en nog wat.

Schuldgevoel wordt gebruikt als strategie om je zin te krijgen. Maar je bent niet schuldig. Je bent ook niet onschuldig. Mensen met schuldgevoelens willen tot onschuldgevoelens komen, en dat is alleen maar de andere kant van de zaak. Je bent alles, dus ook schuldig en ook onschuldig. Schuld is een concept. Onschuld is een concept. Jij bent geen concept. Jij bent geen idee. Jij bent het onvoorstelbare, waarin ideeën verschijnen en verdwijnen.

Ook interessant

€ 14,95 € 13,50
€ 19,95 € 17,00