Geen producten (0)
Geen producten (0)
 

Never mind - Wayne Liquorman

€ 18,95 € 17,25
Op voorraad
Specificaties
Productcode NM-2
Bruto gewicht 0,30 Kg
Omschrijving

In meer dan honderd hoofdstukjes brengt Wayne Liquorman praktisch ieder ‘spiritueel’ onderwerp ter sprake, altijd in gedachte houdend dat alles, nu, één is. We zijn altijd in het nu, want we kunnen nooit ergens anders zijn. Gedachten verschijnen in het nu, dus het denken is ook in het nu. Ook het denken over de toekomst of het verleden speelt zich af in het nu. Nu, is alles wat er is.

Van Wayne Liquorman verscheen eerder, onder het pseudoniem Ram Tzu: Wie zoekt zal niet vinden. Hij houdt regelmatig bijeenkomsten in Nederland.

‘Voordat ik advaitaleraar werd, was ik het grootste deel van mijn volwassen leven zakenman. Mijn goeroe, Ramesh S. Balsekar, is bankier. Hij werkte zijn leven lang bij de Bank van India en eindigde er tenslotte als president-directeur. Ik vind het heel ironisch dat hij me niets gaf om aan jullie te verkopen: geen methode, geen plan, geen instructies, geen belofte dat je krijgt wat je wilt als je precies doet wat ik zeg. Wat hij me wel gaf waren eenvoudige aanwijzingen voor “wat is”. Ik bied ze je hierbij aan.’
Wayne Liquorman

ISBN: 978-90-77228-41-8, formaat: 125 x 200 mm, uitvoering: paperback, omvang: 216 pagina’s

Citaat uit het boek:

Spirituele katers

Soms kan er, wanneer een spirituele ervaring van eenheid en verbondenheid voorbij is en je wordt teruggeworpen in de betrokkenheid, een gevoel van ontregeling ontstaan dat je wel een ‘spirituele kater’ kunt noemen. Wat in de toestand van integratie afwezig is en wat een kater heeft wanneer het uit deze toestand komt, is wat Ramesh de denkende geest noemt. De denkende geest is dat aspect van het menselijke organisme dat ten onrechte beweert dat het de bron van gedachten, gevoelens en handelingen van dit organisme is. 
De suggestie van dit onderricht is dat het Bewustzijn is dat alle handeling tot stand brengt en alles bezielt. Het werkt via deze menselijke instrumenten op dezelfde manier als het zich manifesteert via bomen, vogels of watervallen. Mensen zijn zo gebouwd dat wanneer de levenskracht door hen heen stroomt, ze in overeenstemming met hun programmering reageren. Zo zijn er moordenaarorganismen, heilige-organismen, moederorganismen, vaderorganismen, arbeiderorganismen en nietsnutorganismen; zij zijn allemaal geschapen om verschillende handelingen te plegen. Er zijn hondorganismen, eekhoornorganismen, visorganismen, waarvan ieder handelt volgens zijn biologische aard en zijn conditionering. Bewustzijn werkt door allemaal. 
Elk menselijk organisme is genetisch geprogrammeerd om een grote verscheidenheid aan acties en reacties voort te brengen. Het heeft een instinct en fysieke behoeften. Het organisme reageert biologisch op deze programmering. Het heeft lucht nodig en zal vechten om die te krijgen. Het heeft water nodig; het heeft voedsel nodig; het heeft warmte en beschutting nodig; het heeft behoefte aan seks; het heeft behoefte aan allerlei dingen. De behoeften van het organisme zijn de stuwkracht achter zijn daden, volledig onafhankelijk van een egobepaald `ik’. Je eigen onderzoek zal duidelijk maken dat de aanwezigheid van een egobepaald `ik’ niet vereist is om handelingen te laten plaatsvinden.
Het is het ego, de denkende geest, dat ten onrechte aanspraak maakt op het functioneren van Bewustzijn als ‘mijn’ handeling. Het tiert en dreigt, en suggereert dat er niets gebeurt als `ik’ er niet bij ben. Dat is natuurlijk belachelijk! Dat is zeker niet zo. In afwezigheid van dit egobepaalde `ik’ komt het hele universum tot stand. 

Toestaan 

Zegt u dat zoekers nooit de ervaring van eenheid kunnen vinden die zij zoeken?

Nee. Ze vinden wel wat ze zoeken, en dat is de ervaring van eenheid. Die vinden ze voortdurend. Dan verdwijnt ze weer – zij moet verdwijnen – en dan vinden ze haar weer. Wat ze niet kunnen vinden is de niet-veranderende ervaring van eenheid, want alle ervaring is dualistisch en dus veranderend. 

U sprak over de acceptatie van de beweging tussen de twee ervaringen van afwezigheid en vervulling. In hoeverre wordt die bepaald door de inspanning die je levert om dit te laten gebeuren en in hoeverre door `genade’ – een zekere energie die het gemakkelijk maakt? Soms heb ik het gevoel dat ik eerder gezegend word door genade dan door mijn eigen inspanningen om daar te komen. 

De vraag die je stelt is het best te beantwoorden door te kijken naar degene die beweert dat hij iets zou toestaan, of dat hij iets zou doen om het gewenste resultaat tot stand te brengen, en te zien of hij het is die handelt. Wat veroorzaakt een bepaalde handeling, of het nu een actieve handeling is als mediteren of een passieve zoals toestaan? We moeten in gedachte houden dat toestaan een handeling is. Maar al te vaak wordt toestaan, de ruimte geven, op de een of andere manier beschouwd als iets van een andere orde, terwijl het dat op de keper beschouwd niet is. Het toestaan is een passieve handeling. De echte vraag is, is hij of zij de auteur van de handeling? Het is duidelijk dat het organisme de uitvoerder van de handeling is, maar is dit het toestaan of doen van een zelfgeautoriseerde handeling?
Je hebt bijvoorbeeld iets gedaan: je hebt besloten hierheen te gaan en je kwam. Laten we nu eens kijken naar die beslissing hierheen te gaan. Hoe kwam die beslissing tot stand? We dienen het besluit te ontleden en de meest fundamentele aanname te onderzoeken, namelijk, dat `ik’ het heb besloten. Dus, hoe heb `ik’ dat besloten? Welke invloeden speelden mee bij de beslissing? Je voelde je lichamelijk goed vanavond; je voelde je goed genoeg om te gaan. De positieve lichamelijke toestand die ruimte geeft voor een positieve beslissing heb jij duidelijk niet in de hand. Dit is iets dat je gegeven is, bij wijze van spreken; daar heb je al op gezinspeeld. Jij bent gezegend met dat gezonde lichaam dat het besluit hierheen te gaan mogelijk maakte. Als je diarree had, zou je niet in de auto stappen en ergens anderhalf uur gaan zitten, waar je elke vijf minuten zou moeten opstaan en jezelf in verlegenheid moest brengen. Je hebt dus een goede gezondheid. Je kreeg een voorwaarde aangereikt die een belangrijke component was in je besluit: je voelde je goed. 
Een andere factor is dat er sprake was van belangstelling voor het onderwerp. Als je geen belang stelde in het onderwerp, als je liever naar een televisieprogramma als Idols keek, zou je niet zijn gekomen. De vraag is of jij die persoonlijkheid hebt gecreëerd die meer geïnteresseerd is in spiritualiteit dan in Idols, of dat zich dat heeft ontwikkeld als gevolg van bepaalde factoren in je leven – te maken met opvoeding, omgeving of milieu – die van invloed waren op jouw spirituele interesses en je uiteindelijke keus om hierheen te gaan? Als we het ontleden en naar de factoren kijken die bij die beslissing betrokken waren - dingen waar je geen inbreng in had - is het duidelijk dat er geen sprake van is dat jij de auteur was. Dus, op welke basis kun je nu werkelijk het auteurschap opeisen als de invloeden op het besluit buiten je macht liggen?

Ik begrijp het.

Goed. Dus, als het auteurschap niet rechtmatig opgeëist kan worden dan zijn er andere krachten aan het werk dan je egobepaalde zelf die de besluiten, handelingen en emoties tot stand brengen. Jij gebruikt het woord `genade’en dat beschrijft het gevoel van `het gebeurt als gevolg van krachten groter dan ikzelf en het resultaat is naar mijn zin.’ Wij gebruiken de term `genade’ in het algemeen niet wanneer deze krachten waar we geen beheersing over hebben als ongunstig worden beschouwd – wanneer we kanker hebben, wanneer een geliefde op tragische wijze wordt getroffen door een ongeluk – terwijl het toch wordt voortgebracht door dezelfde kracht die de goede dingen heeft veroorzaakt. We gebruiken de term genade als spiritueel synoniem voor geluk en `Gods wil’ om pech aan te duiden.
Nu hou ik toevallig van het woord `genade’; ik gebruik het vaak om gebeurtenissen in mijn leven te beschrijven die ik zie als zegenrijk. Het eigenaardige is dat ik veel van wat er gebeurd is, en wat ik nu als genade zie, destijds niet zo voelde. Ik geef je een heel dramatisch voorbeeld uit mijn eigen leven. Negentien jaar lang ben ik aan alcohol en drugs verslaafd geweest. De laatste vijf of zes jaar van mijn alcohol- en drugsmisbruik nam het ernstige vormen aan en had het veel onprettige lichamelijke repercussies. Mijn enkels en polsen waren gezwollen door alcoholisch oedeem, en ik had een dikke laag wc-papier in mijn broek die ik elke twintig minuten verwisselde omdat mijn blaas lekte. Ik was duidelijk erg ziek, maar ontkende absoluut dat ik een probleem had.
Aan het einde van het weekend van Memorial Day en na weer een slemppartij van drie dagen, lag ik in bed en voelde die obsessie verdwijnen, een obsessie die me had gedwongen te drinken ook al maakte het me kapot. Ik voelde hoe de obsessie me verliet. Ik had haar negentien jaar gehad en plotseling was ze helemaal weg. Mijn reactie op dat moment was er een van doodsangst gemengd met berusting. Ik was niet blij met deze verandering. Ik had duidelijk geen inbreng in de gebeurtenis. Het was helder dat dit zich aan mij had voltrokken. Ik wist dat ik in dat ogenblik was getransformeerd, maar mijn onmiddellijke reactie was: `dit is niet goed.’ Het besef dat ik niet meer kon drinken was afschuwelijk. Mijn hele leven was geconstrueerd rond bars, de mensen in de bars, de drugspanden. Ik hield niet van mensen die niet dronken en geen drugs gebruikten; ik wilde nooit iets met dergelijke mensen te maken hebben. Plotseling was ik een van die mensen, en wat mij betreft was dat een ramp.
Hoewel het er toen niet zo uitzag, geloof ik, zoals ik er nu tegenaan kijk, dat het opperste genade was, volkomen en totale genade. Sterker, het was het moment waarop mijn spirituele zoektocht begon omdat ik erachter wilde komen wat er in godsnaam met me gebeurd was. Welke macht in het universum kon zoiets met me doen? Voordien had ik aangenomen dat ik meester was over mijn lot. Dit was het onweerlegbare bewijs dat iets een grote invloed op me kon hebben zonder dat ik het wenste. Het was onmiskenbaar geheel onafhankelijk van mijn eigen wil gebeurd.
Telkens wanneer zich dus vragen opdringen als: `Is er iets wat ik kan doen, wat kan ik doen om dit beter te maken en hoe krijg ik wat ik wil?’ is mijn antwoord dat je moet doen wat juist lijkt in de wetenschap dat Bron is wat functioneert en wij, en al het andere, instrumenten van dat functioneren zijn. Het onderricht zegt dat als er een vraag rijst, je dan moet doen wat je denkt dat op dat moment het beste is. Je zegt: `Ik weet niet wat het beste is. Ik sta in tweestrijd. De ene dag lijkt dit goed, de volgende dat lijkt dat goed. Ik weet niet wat te doen.’ Doe wat jou het beste lijkt op het moment. We zullen wel zien wat er gebeurt.
Dat is het praktische aspect ervan. Maar het onderricht op grond waarvan we dit allemaal zeggen wijst aan dat wat waarlijk functioneert – altijd, altijd – Bewustzijn is.
 

Ook interessant

€ 19,95 € 17,99
€ 19,95 € 17,00